wetzoeker

Artikel 15 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is vrij te bepalen, dat in geval van verval of van verjaring, eene rechtsvordering zal blijven bestaan tegen den trekker, die geen fonds heeft bezorgd of tegen eenen trekker of eenen endossant, die zich op onrechtmatige wijze heeft verrijkt. Dezelfde bevoegdheid bestaat, in geval van verjaring, wat betreft den acceptant, die fonds heeft ontvangen of zich op onrechtmatige wijze heeft verrijkt.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006391
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl