wetzoeker

Artikel 253 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

MEDEDINGING EN FUSIES

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

1. „mededingingsautoriteit”:

a. voor de EU-partij: de Europese Commissie; en

b. voor Oekraïne: het comité tegen monopolievorming van Oekraïne;

2. „mededingingswetgeving”:

a. voor de EU-partij, de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, hierna „de EU-concentratieverordening” genoemd, en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan;

b. voor Oekraïne, wet nr. 2210-III van 11 januari 2001 (met wijzigingen daarvan) en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan. Ingeval van strijdigheid tussen wet nr. 2210-III en een andere materiële mededingingsbepaling draagt Oekraïne er zorg voor dat eerstgenoemde voorrang heeft voor zover er sprake is van strijdigheid; en

c. alle wijzigingen van voornoemde instrumenten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

3. Bijlage XXIII bevat toelichtingen op bepaalde andere in deze afdeling gebruikte uitdrukkingen.

Regeling
Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2017
BWB-id
BWBV0006389
Versie
2017-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl