wetzoeker

Artikel 26 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques

Van het aval.

Het aval wordt op de chèque of op een verlengstuk gesteld.

Het wordt uitgedrukt door de woorden: „goed voor aval”, of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.

De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chèque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.

In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1934
BWB-id
BWBV0006387
Versie
1934-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl