wetzoeker

Artikel 4 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich de bevoegdheid voor, ten aanzien van chèques, getrokken en betaalbaar op zijn grondgebied, te bepalen, dat de chèques, getrokken op andere personen dan bankiers, of personen of instellingen, door de wet met bankiers gelijkgesteld, niet geldig zijn als chèques.

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen houdt zich eveneens de bevoegdheid voor, artikel 3 der eenvormige wet in hare nationale wet in te voeren in den vorm en in de bewoordingen, welke het meest geëigend zijn tot het gebruik, welke zij van de bepalingen van het voorgaande lid zal maken.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1934
BWB-id
BWBV0006387
Versie
1934-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl