wetzoeker

Artikel 2 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake de privileges en immuniteiten van verbindingsofficieren die door de Republiek Moldavië bij Europol gedetacheerd worden

1 Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag genieten de verbindingsofficier en de gezinsleden die deel uitmaken van zijn huishouding en niet de Nederlandse nationaliteit bezitten noch duurzaam in het Koninkrijk der Nederlanden verblijven, in en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer worden verleend aan de leden van het diplomatieke personeel.

2 De immuniteit die aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen wordt verleend, strekt zich niet uit tot:

i. civiele vorderingen van derden wegens schade, met inbegrip van lichamelijk letsel of overlijden ten gevolge van verkeersongevallen die door deze personen zijn veroorzaakt, waarbij artikel 41 van het Besluit van de Raad van 6 april 2009 onverlet blijft; of

ii. strafrechtelijke en civielrechtelijke rechtsmacht ten aanzien van gedragingen die plaatsvinden buiten de uitoefening van hun officiële taken.

3 De verplichtingen van zendstaten en hun personeel die krachtens het Verdrag van Wenen van toepassing zijn op de leden van het diplomatieke personeel, zijn van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake de privileges en immuniteiten van verbindingsofficieren die door de Republiek Moldavië bij Europol gedetacheerd worden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2016
BWB-id
BWBV0006376
Versie
2016-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl