wetzoeker

Regel 1 Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid

ALGEMENE BEPALINGEN

1 [Verkorte uitdrukkingen]

Voor de toepassing van dit Reglement van uitvoering:

i. wordt verstaan onder de „Akte van 1999” de Akte bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage die op 2 juli 1999 in Genève is ondertekend;

ii. wordt verstaan onder de „Akte van 1960” de Akte bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage die op 28 november 1960 in ’s-Gravenhage is ondertekend;

iii. heeft een uitdrukking die in dit Reglement van uitvoering wordt gebruikt en waarnaar wordt verwezen in artikel 1 van de Akte van 1999 dezelfde betekenis als in die Akte;

iv. worden onder „administratieve instructies” verstaan de in regel 34 bedoelde administratieve instructies;

v. wordt onder „mededeling” verstaan elke internationale aanvraag of elk verzoek, elke verklaring, elke uitnodiging, elke kennisgeving of alle informatie met betrekking tot of gevoegd bij een internationale aanvraag of een internationale inschrijving die aan het Bureau van een Verdragsluitende Partij, aan het Internationaal Bureau, aan de aanvrager of aan de houder wordt gericht via elk door dit Reglement van uitvoering of de administratieve instructies toegestaan middel;

vi. wordt onder „officieel formulier” verstaan een formulier dat is opgesteld door het Internationaal Bureau of een elektronische interface die door het Internationaal Bureau op de website van de organisatie beschikbaar wordt gesteld, of elk ander formulier of een andere elektronische interface met dezelfde inhoud en opmaak;

vii. wordt onder „internationale classificatie” verstaan de classificatie die is ingesteld ingevolge de Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid;

viii. wordt onder „voorgeschreven taks” verstaan de in het overzicht van taksen vervatte toepasselijke taks;

ix. wordt onder „publicatieblad” verstaan het geregeld verschijnende blad waarin het Internationaal Bureau de in de Akte van 1999, de Akte van 1960, de Akte van 1934 of in dit Reglement van uitvoering genoemde publicaties plaatst, ongeacht het hiervoor gebruikte medium;

x. wordt onder „Verdragsluitende Partij aangewezen uit hoofde van de Akte van 1999” verstaan een aangewezen Verdragsluitende Partij waarop de Akte van 1999 van toepassing is, hetzij als enige gezamenlijke Akte waardoor deze aangewezen Verdragsluitende Partij en de Verdragsluitende Partij van de aanvrager worden gebonden, of krachtens artikel 31, eerste lid, eerste volzin, van de Akte van 1999;

xi. wordt onder „Verdragsluitende Partij aangewezen uit hoofde van de Akte van 1960” verstaan een aangewezen Verdragsluitende Partij waarop de Akte van 1960 van toepassing is, hetzij als enige gezamenlijke Akte waardoor deze aangewezen Verdragsluitende Partij en de Staat van oorsprong bedoeld in artikel 2 van de Akte van 1960 worden gebonden, of krachtens artikel 31, eerste lid, tweede volzin, van de Akte van 1999;

xii. wordt onder „internationale aanvraag waarop uitsluitend de Akte van 1999 van toepassing is” verstaan een internationale aanvraag waarbij alle aangewezen Verdragsluitende Partijen Verdragsluitende Partijen zijn die zijn aangewezen uit hoofde van de Akte van 1999;

xiii. wordt onder „internationale aanvraag waarop uitsluitend de Akte van 1960 van toepassing is” verstaan een internationale aanvraag waarbij alle aangewezen Verdragsluitende Partijen Verdragsluitende Partijen zijn die zijn aangewezen uit hoofde van de Akte van 1960;

xiv. wordt onder „internationale aanvraag waarop zowel de Akte van 1999 als de Akte van 1960 van toepassing zijn” verstaan een internationale aanvraag waarbij

– ten minste één Verdragsluitende Partij is aangewezen uit hoofde van de Akte van 1999,

– ten minste één Verdragsluitende Partij is aangewezen uit hoofde van de Akte van 1960.

2 [Overeenstemming tussen bepaalde uitdrukkingen die in de Akte van 1999 en de Akte van 1960 worden gebruikt]

Voor de toepassing van dit Reglement van uitvoering

i. wordt een verwijzing naar „internationale aanvraag” of „internationale inschrijving” geacht, in voorkomend geval, een verwijzing te omvatten naar „internationaal depot” zoals bedoeld in de Akte van 1960;

ii. wordt een verwijzing naar „aanvrager” of „houder” geacht, in voorkomend geval, een verwijzing te omvatten naar respectievelijk „deposant” of „houder” zoals bedoeld in de Akte van 1960;

iii. wordt een verwijzing naar „Verdragsluitende Partij” geacht, in voorkomend geval, een verwijzing te omvatten naar een Staat die partij is bij de Akte van 1960;

iv. wordt een verwijzing naar „Verdragsluitende Partij waarvan het Bureau een Bureau is dat overgaat tot een onderzoek” geacht, in voorkomend geval, een verwijzing te omvatten naar een „Staat waar een nieuwheidsonderzoek wordt ingesteld” zoals omschreven in artikel 2 van de Akte van 1960;

v. wordt een verwijzing naar „individuele aanwijzingstaks” geacht, in voorkomend geval, een verwijzing te omvatten naar de taks genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel 2, onder b, van de Akte van 1960.

Regeling
Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBV0006367
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl