wetzoeker

Protocol van het Verdrag. Verdrag betreffende het zegelrecht ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes

A.

De Leden van den Volkenbond en de Staten niet-Leden, die niet in staat zouden zijn geweest hun bekrachtiging van genoemd Verdrag vóór den 1en September 1932 neder te leggen, verplichten zich, binnen veertien dagen daarop volgende, aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond mededeeling te doen van den stand, waarin hun bekrachtiging zich bevindt.

B.

Indien op den 1en November 1932 de voorwaarden met betrekking tot de inwerkingtreding van het Verdrag, voorzien in artikel 5, lid 1, niet vervuld zijn, zal de Secretaris-Generaal van den Volkenbond de Leden van den Volkenbond en de Staten niet-Leden, die het Verdrag hebben onderteekend, of die daartoe zijn toegetreden, tot een bijeenkomst uitnoodigen.

Het doel dezer bijeenkomst zal zijn het onderzoek van den toestand en der maatregelen, die eventueel zouden moeten worden genomen, om daarin verbetering te brengen.

C.

De Hooge Verdragsluitende Partijen zullen elkander mededeeling doen van de wettelijke voorschriften, die zij op haar gebieden ter uitvoering van het Verdrag zullen uitvaardigen, zoodra deze voorschriften in werking treden.

D.

1. Er is overeengekomen, dat, wat betreft het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, de eenige titels, waarop de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn, zijn de wisselbrieven, ter acceptatie aangeboden, geaccepteerd of betaalbaar elders dan in het Vereenigd Koninkrijk.

2. Dezelfde beperking zal toepasselijk zijn met betrekking tot elke kolonie, elk protectoraat of elk gebied onder de suzereiniteit of het mandaat van Zijn Britsche Majesteit geplaatst, waarop het Verdrag uit hoofde van artikel 9 toepasselijk zou worden, mits evenwel een kennisgeving van die beperking tot den Secretaris-Generaal van den Volkenbond worde gericht vóór het tijdstip, waarop de toepasselijkheid van het Verdrag op zoodanig gebied van kracht wordt.

3. Eveneens is overeengekomen, dat, wat betreft Noord-Ierland, de bepalingen van dit Verdrag slechts toepasselijk zullen zijn met voorbehoud van die wijzigingen, welke noodzakelijk zouden zijn geacht.

4. De Regeering van elk Lid van den Volkenbond of van elken Staat niet-Lid, die tot dit Verdrag zou wenschen toe te treden krachtens artikel 4, onder de beperkingen, bedoeld in bovengenoemden paragraaf 1, kan daarvan mededeeling doen aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond. Deze zal van deze mededeeling kennis geven aan de Regeeringen van alle Leden van den Volkenbond en van de Staten niet-Leden, namens welke het Verdrag zal zijn onderteekend en namens welke tot het Verdrag zal zijn toegetreden, waarbij hun gevraagd zal worden, of zij bezwaren er tegen hebben. Indien binnen de zes maanden vanaf bedoelde kennisgeving geen enkel bezwaar is opgeworpen, zal de beperking geacht worden te zijn aanvaard.

Regeling
Verdrag betreffende het zegelrecht ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006359
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl