wetzoeker

Tekst Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland inzake de uitbreiding tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Letland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op douanewetgeving

AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Riga, 6 maart 2014

Nota Nr. RIG/14/063

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Letland haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op douanewetgeving, ondertekend te Den Haag op 8 oktober 1997 (hierna te noemen „het Verdrag van 1997”).

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt voor dat, in overeenstemming met artikel 20, tweede en derde lid, van het Verdrag van 1997, de toepassing van het Verdrag van 1997 wordt uitgebreid tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten, met inachtneming van het volgende:

1. Voor het Koninkrijk der Nederlanden wordt onder de uitdrukking „douane-administratie” in artikel 1, eerste lid, van het Verdrag van 1997 wat Aruba, Curaçao en Sint Maarten betreft verstaan de respectieve centrale administraties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving.

2. Artikel 2, vierde lid, van het Verdrag van 1997 is uitsluitend van toepassing op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, naargelang van het geval, voor zover de daarin bedoelde overeenkomsten van toepassing zijn op deze respectieve delen van het Koninkrijk der Nederlanden.

3. De vereisten van de nationale wetgeving in de zin van de artikelen 15 en 16 en de Bijlage bij het Verdrag van 1997 vallen wat Aruba, Curaçao en Sint Maarten betreft, onder het bereik van de toepasselijke wetgeving van respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Indien het voorgaande aanvaardbaar is voor de Regering van de Republiek Letland, heeft de Ambassade voorts de eer voor te stellen dat deze nota en de antwoordnota van het Ministerie een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland dat in werking zal treden op eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving waarin één van de partijen aan de andere partij mededeelt dat aan de benodigde formaliteiten voor de inwerkingtreding is voldaan.

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Letland opnieuw te verzekeren van haar zeer bijzondere hoogachting.

Regeling
Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland inzake de uitbreiding tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Letland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2015
BWB-id
BWBV0006357
Versie
2015-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl