wetzoeker

Artikel 7 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Colombia tot regeling der voorwaarden, waarop de consulaire ambtenaren van Colombia in de voornaamste havens der Nederlandse overzeese bezittingen zullen worden toegelaten

De consuls-generaal en consuls zijn bevoegd consulaire agenten te benoemen in de havens, vermeld in art. 1.

De consulaire agenten kunnen zonder onderscheid zijn Nederlandsche onderdanen, Columbianen of onderdanen van elk ander land, mits gevestigd in de haven waar zij worden aangesteld of volgens de bepalingen der plaatselijke wetten bevoegd zich aldaar te vestigen.

Deze consulaire agenten, wier benoeming onderworpen is aan de goedkeuring van den Gouverneur der kolonie, worden voorzien van eene aanstelling, afgegeven door den consul onder wiens bevelen zij werkzaam zullen zijn.

De Gouverneur der kolonie kan in ieder geval de bedoelde goedkeuring intrekken, onder mededeeling der redenen aan den betrokken consul-generaal of consul.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Colombia tot regeling der voorwaarden, waarop de consulaire ambtenaren van Colombia in de voornaamste havens der Nederlandse overzeese bezittingen zullen worden toegelaten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-09-1883
BWB-id
BWBV0006329
Versie
1883-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl