wetzoeker

PROTOCOL VAN ONDERTEEKENING VAN HET VERDRAG NOPENS HET INTERNATIONALE SPOORWEGREGIME. Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime

Op het oogenblik, dat zij overgaan tot de onderteekening van het verdrag nopens het internationale spoorwegregime, gesloten op den dag van heden, zijn de ondergeteekenden, behoorlijk daartoe gevolmachtigd, omtrent het volgende overeengekomen:

1°. Het is wel te verstaan, dat ieder verschil in behandeling van vlaggen, dat uitsluitend gegrond zou zijn op de beschouwing van de vlag, geacht moet worden te zijn een onderscheiding van onwelwillenden aard in den zin van de artt. 4 en 20 van het Statuut nopens het internationale spoorwegregime.

2°. Ingeval een Staat of grondgebied, waarop het verdrag niet van toepassing is, eenzelfde vlag of eenzelfde nationaliteit zou hebben als een Verdragstaat, zal deze Staat of dit grondgebied geen aanspraak kunnen maken op eenig recht, dat door dit Statuut aan de vlag of aan de onderdanen van de Verdragstaten wordt verzekerd.

Dit protocol zal dezelfde kracht, geldigheid en duur hebben als het Statuut, dat op dezen dag wordt aangenomen en moet als een integreerend deel daarvan worden beschouwd.

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006324
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl