wetzoeker

Artikel 38 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime

Algemeene bepalingen.

De bepalingen van dit Statuut zullen door middel van bijzondere overeenkomsten kunnen worden uitgestrekt tot ondernemingen, die het vervoer verzorgen langs een anderen weg dan langs spoorwegen, in het bijzonder in die gevallen waarin zoodanige ondernemingen optreden om het spoorwegvervoer aan te vullen.

Deze ondernemingen zijn dan onderworpen aan alle opgelegde verplichtingen en in het genot van alle rechten, die door dit Statuut aan den spoorweg worden toegekend.

Evenwel zullen de in het eerste lid bedoelde bijzondere overeenkomsten iedere afwijking van dit Statuut, welke zou voortvloeien uit het verschil in geaardheid van het vervoer, kunnen toestaan. In het bijzonder zullen deze afwijkingen voor zoover betreft contracten, van toepassing op een internationaal vervoer, dat gedeeltelijk per spoorweg en gedeeltelijk over zee geschiedt, voorzieningen kunnen treffen voor de toepassing van het zeerecht ten aanzien van het vervoer over zee.

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006324
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl