wetzoeker

Artikel 35 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime

Algemeene bepalingen.

Wanneer een geschil rijst tusschen twee of meer Verdragstaten inzake de uitlegging of de toepassing van dit Statuut en wanneer dit geschil niet beslecht kan worden hetzij rechtstreeks tusschen de Partijen, hetzij langs eenigen anderen weg van minnelijke schikking, zullen de bij het geschil betrokken Partijen, alvorens haar toevlucht te nemen tot eenige scheidsrechterlijke procedure of tot een gerechtelijke beslissing, het geschil, ter fine van advies, kunnen onderwerpen aan het orgaan, dat door den Volkenbond als raadgevend en technisch orgaan van de Leden van den Bond zal zijn aangewezen voor zaken betreffende verkeer en doorvoer. In dringende gevallen kan een voorloopig advies een aanbeveling tot het nemen van alle voorloopige maatregelen inhouden, die in het bijzonder beoogen den vrijen doorvoer de faciliteiten te hergeven, die vóór de behandeling of het feit, dat aanleiding tot het geschil heeft gegeven, werden genoten.

Indien het geschil niet beslecht kan worden door middel van een van de procedures die in het voorafgaand lid zijn aangegeven, zullen de Verdragstaten hun geschil onderwerpen aan arbitrage, tenzij zij, krachtens een overeenkomst tusschen de Partijen, besloten hebben of besluiten, het geschil voor het Permanente Hof van Internationale Justitie te brengen.

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006324
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl