wetzoeker

Artikel 6 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime

Teneinde te voorkomen, dat aan het beginsel van gelijkheid van behandeling in de zeehavens, zooals dit in art. 2 is neergelegd, in de praktijk alle beteekenis zal worden ontnomen door de aanvaarding van andere maatregelen van differentiatie tegen de vaartuigen van een Verdragstaat, die van de bedoelde havens gebruik maken, verbindt iedere Verdragstaat zich, de bepalingen van de artikelen 4, 20, 21 en 22 van het Statuut, toegevoegd aan het verdrag, nopens het internationale spoorwegregime, geteekend te Genève op 9 December 1923, toe te passen, voor zoover deze artikelen van toepassing zijn op vervoer, afkomstig uit of bestemd voor een zeehaven, onverschillig of deze Verdragstaat al dan niet Partij is bij genoemd verdrag nopens het internationale spoorwegregime. Bovengenoemde artikelen moeten worden uitgelegd overeenkomstig de bepalingen van het Protocol van onderteekening van genoemd verdrag (zie Bijlage).

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006321
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl