wetzoeker

Artikel 2 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime

Op voorwaarde van wederkeerigheid en onder het voorbehoud, bedoeld in art. 8, lid 1, verbindt iedere Verdragstaat zich, in de zeehavens, die onder zijn souvereiniteit of zijn autoriteit zijn geplaatst, aan de vaartuigen van iederen anderen Verdragstaat een behandeling te verzekeren gelijk aan die van zijn eigen vaartuigen of van de vaartuigen van welken anderen Staat ook, wat betreft de vrijheid van toegang tot de haven, het gebruik er van en het volledig genot van de voordeelen, die deze inzake scheepvaart en handelsverrichtingen biedt aan vaartuigen, hun goederen en hun passagiers.

De aldus vastgestelde gelijkheid van behandeling zal zich uitstrekken over alle soorten van faciliteiten, zooals toewijzing van ligplaatsen aan de kaden en faciliteiten bij het laden en lossen, alsmede over de rechten en heffingen van welken aard ook, die namens of voor rekening van de Regeering, openbare organen, concessionarissen of ondernemingen van welken aard ook worden geheven.

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006321
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl