wetzoeker

Artikel 12 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime

Iedere Verdragstaat zal de bevoegdheid hebben, op het oogenblik van onderteekening of van bekrachtiging van dit verdrag te verklaren, dat hij zich het recht voorbehoudt, in overeenstemming met zijn eigen wetgeving en zich daarbij zooveel mogelijk latende leiden door de beginselen van dit Statuut, het vervoer van emigranten te beperken tot vaartuigen, waaraan hij een bijzondere vergunning zal hebben gegeven ten bewijze dat zij voldoen aan de voorwaarden in bovenbedoelde wetgeving gesteld.

De vaartuigen, die gemachtigd zijn tot het vervoer van emigranten, zullen in alle zeehavens alle in dit Statuut bedoelde voorrechten genieten.

Regeling
Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1928
BWB-id
BWBV0006321
Versie
1928-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl