Bijlage I — Aantekeningen en aanvullende bepalingen (deel 1) Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel
Aantekeningen en aanvullende bepalingen
Ad artikel I
Lid 1
De verplichtingen welke zijn vervat in lid 1 van artikel I met verwijzing naar lid 2 en 4 van artikel III, alsmede die welke zijn vervat in lid 2 (b) van artikel II met verwijzing naar artikel VI, zullen voor de toepassing van het Protocol van voorlopige toepassing worden beschouwd als vallende binnen het kader van Deel II.
De verwijzing over en weer naar de leden 2 en 4 van artikel III in het onmiddellijk voorafgaande lid en in lid 1 van artikel I is slechts van toepassing nadat artikel III is gewijzigd door de inwerkingtreding van de wijziging bedoeld in het Protocol van 14 september 1948 tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.
Lid 4
Met de term „preferentiële marge” wordt bedoeld het absolute verschil tussen het meestbegunstigingsrecht en het preferentiële recht voor hetzelfde produkt en niet de verhouding tussen deze twee rechten. Bij voorbeeld:
(1) Indien het meest begunstigingsrecht 36% ad valorem bedraagt en het preferentiële recht 24% ad valorem, is de preferentiële marge 12% ad valorem en niet een derde van het meestbegunstigingsrecht;
(2) Indien het meest begunstigingsrecht 36% ad valorem bedraagt en het preferentiële recht wordt uitgedrukt als twee derde van het meestbegunstigingsrecht, is de preferentiële marge 12% ad valorem;
(3) Indien het meestbegunstigingsrecht 2 frank per kilogram bedraagt en het preferentiële recht 1,50 frank per kilogram, is de preferentiële marge 0,50 frank per kilogram.
De volgende douanemaatregelen genomen overeenkomstig reeds bestaande uniforme regelingen zijn niet in strijd met een algemene consolidatie der preferentiële marges:
(i) het wederom toepassen van een tariefindeling op een ingevoerd produkt of van een normaal daarop toepasselijk invoerrecht in gevallen waarin de toepassing van deze indeling of dit recht ten aanzien van het betrokken produkt op 10 april 1947 tijdelijk was opgeschort of buiten werking was gesteld; en
(ii) de indeling van een bepaald produkt onder een andere tariefpost dan die waaronder de invoer van dat produkt op 10 april 1947 was ingedeeld in gevallen waarin de tariefwet klaarblijkelijk de mogelijkheid voorziet, dat een dergelijk produkt onder meer dan één tariefpost wordt ingedeeld.
Ad artikel II
Lid 2 (a)
De verwijzing over en weer naar lid 2 van artikel III in lid 2 (a) van artikel II zal slechts van toepassing zijn nadat artikel III is gewijzigd door de inwerkingtreding van de wijziging bedoeld in het Protocol van 14 september 1948 tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.
Lid 2 (b)
Zie de aantekening bij lid 1 van artikel I.
Lid 4
Voor zover niet uitdrukkelijk anders is overeengekomen tussen de verdragsluitende partijen die oorspronkelijk de concessie overeenkwamen, wordt het in dit lid bepaalde toegepast met inachtneming van de bepalingen van artikel 31 van het Handvest van Havana.
Ad artikel III
Elke binnenlandse belasting of andere binnenlandse heffing of elke wet, elke verordening of elk voorschrift bedoeld in lid 1, van toepassing zowel op het geïmporteerde produkt als op het overeenkomstige binnenlandse produkt en geheven of ten uitvoer gelegd ten aanzien van het geïmporteerde produkt op het tijdstip of op de plaats van invoer, wordt niettemin beschouwd als een binnenlandse belasting of een andere binnenlandse heffing of als een wet, een verordening of een voorschrift bedoeld in lid 1 en valt mitsdien onder de bepalingen van artikel III.
Lid 1
De toepassing van lid 1 op binnenlandse belastingen, door lagere overheden binnen het gebied van een verdragsluitende partij opgelegd, is onderworpen aan het bepaalde in het laatste lid van artikel XXIV. De uitdrukking „redelijke maatregelen” in laatstgenoemd lid vereist niet, bij voorbeeld, de afschaffing van de bestaande binnenlandse wetgeving die bovenbedoelde overheden de bevoegdheid toekent binnenlandse belastingen op te leggen welke, hoewel naar vorm in strijd met de letter van artikel III, toch niet in strijd zijn met de strekking daarvan, indien deze afschaffing ernstige financiële moeilijkheden voor de betrokken lagere overheden zou opleveren. Wat betreft belastingen, door genoemde overheden geheven, welke zowel met de letter als met de strekking van artikel III in strijd zijn, staat de uitdrukking „redelijke maatregelen” het een verdragsluitende partij toe deze belastingen gedurende een overgangstijdvak geleidelijk af te schaffen, indien onmiddellijke opheffing ernstige bestuurlijke en financiële moeilijkheden zou veroorzaken.
Lid 2
Een belasting die aan de vereisten van de eerste zin van lid 2 voldoet wordt slechts dan als onverenigbaar met het bepaalde in de tweede zin beschouwd, wanneer zich concurrentie voordoet tussen het belaste produkt enerzijds en een rechtstreeks concurrerend produkt of een produkt dat het belaste produkt onmiddellijk kan vervangen en niet door een dergelijke heffing wordt getroffen anderzijds.
Lid 5
Verordeningen verenigbaar met het bepaalde in de eerste zin van lid 5 worden niet beschouwd in strijd te zijn met de bepalingen van de tweede zin, indien alle onder deze verordeningen vallende produkten in aanzienlijke hoeveelheden in het binnenland worden voortgebracht. Een verordening kan niet worden gerechtvaardigd als zijnde verenigbaar met het bepaalde in de tweede zin op grond van het feit dat het percentage of de hoeveelheid die aan ieder van de onder de verordening vallende produkten is toegewezen een billijke verhouding tussen de geïmporteerde en de binnenlandse produkten vormt.
Ad artikel V
Lid 5
Wat de vervoerstarieven betreft, is het in lid 5 neergelegde beginsel van toepassing op gelijksoortige produkten die over eenzelfde traject onder overeenkomstige omstandigheden worden vervoerd.
Ad artikel VI
1. Verkapte dumping door geassocieerde handelshuizen (hieronder wordt verstaan de verkoop door een importeur tegen een lagere prijs dan de betrokken factuurprijs die in rekening is gebracht door een exporteur met wie de importeur geassocieerd is en die tevens lager is dan de in het land van uitvoer gangbare prijs) wordt beschouwd als een vorm van prijsdumping waarvan de marge van dumping berekend kan worden uitgaande van de prijs waartegen de goederen door de importeur worden doorverkocht.
2. Men erkent dat bij invoer uit een land dat een volledig of nagenoeg volledig monopolie van zijn handel kent en waar alle binnenlandse prijzen worden vastgesteld door de Staat, zich bijzondere moeilijkheden kunnen voordoen bij het vergelijken van prijzen als bedoeld in lid 1. In zulke gevallen kunnen de importerende verdragsluitende partijen het noodzakelijk achten met de mogelijkheid rekening te houden, dat een strikte vergelijking met de binnenlandse prijzen in zulk een land niet altijd doelmatig kan zijn.
Leden 2 en 3
Aantekening 1. Zoals in de praktijk van het douanewezen dikwijls voorkomt, kan een verdragsluitende partij een redelijke zekerheidstelling (borgstelling of deposito in contanten) verlangen voor de betaling van anti-dumping- of compenserende rechten, zulks in afwachting van de uiteindelijke vaststelling der feiten, in alle gevallen waarin een verdenking van dumping of subsidiëring bestaat.
Aantekening 2. Het gebruikmaken van veelvoudige wisselkoersen kan onder bepaalde omstandigheden een subsidie op de uitvoer betekenen, die men kan ondervangen door compenserende rechten als bedoeld in lid 3, ofwel een vorm van dumping door middel van een gedeeltelijke depreciatie van het betaalmiddel van een land, die men kan ondervangen door maatregelen als bedoeld in lid 2. Met „het gebruikmaken van veelvoudige wisselkoersen” worden de door de regeringen gevolgde of goedgekeurde praktijken bedoeld.
Lid 6 (b)
Ontheffing op grond van het bepaalde in lid 6 (b) wordt alleen verleend op verzoek van de verdragsluitende partij die voornemens is een anti-dumping- of compenserend recht te heffen.
Ad artikel VII
Lid 1
- Regeling
- Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel
- Afkortingen
- GATT 1947
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 22-08-1967
- BWB-id
- BWBV0006316
- Versie
- 1967-08-22_0