wetzoeker

Bijlage A — Lijst van gebieden bedoeld in lid 2 (a) van artikel I Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel

Lijst van gebieden bedoeld in lid 2 (a) van artikel I

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Gebieden afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Canada

het Gemenebest van Australië

Gebieden afhankelijk van het Gemenebest van Australië

Nieuw-Zeeland

Gebieden afhankelijk van Nieuw-Zeeland

de Unie van Zuid-Afrika, met inbegrip van Zuid-West-Afrika

Ierland

India (op 10 april 1947)

Newfoundland

Zuid-Rhodesia

Birma

Ceylon

In sommige der bovengenoemde gebieden zijn twee of meer preferentiële tarieven voor bepaalde produkten van kracht. Deze gebieden kunnen, met goedvinden van de andere verdragsluitende partijen die de voornaamste leveranciers van deze produkten zijn onder de landen die meestbegunstiging genieten, deze preferentiële tarieven vervangen door een enkel preferentieel tarief, dat over het geheel genomen niet minder gunstig zal zijn voor leveranciers die van de meestbegunstiging genieten dan de preferenties die vóór deze vervanging van kracht waren.

Het instellen van een gelijkwaardige marge van tariefpreferentie ter vervanging van een preferentiële marge die ten aanzien van een binnenlandse belasting op 10 april 1947 uitsluitend tussen twee of meer van de in deze Bijlage vermelde gebieden bestond of ter vervanging van de preferentiële kwantitatieve regelingen omschreven in het volgende lid, wordt niet geacht een vergroting van de marge van tariefpreferentie te vormen.

De preferentiële regelingen bedoeld in lid 5 (b) van artikel XIV zijn die welke in het Verenigd Koninkrijk op 10 april 1947 van kracht waren ingevolge overeenkomsten met de Regeringen van Canada, Australië en Nieuw-Zeeland met betrekking tot gekoeld of bevroren rund- en kalfsvlees, bevroren schape- en lamsvlees, gekoeld of bevroren varkensvlees en bacon. Het is de bedoeling dat deze regelingen, onverminderd de maatregelen genomen krachtens het bepaalde onder I (h) van artikel XX worden afgeschaft of vervangen door tariefpreferenties en dat onderhandelingen hiertoe zo spoedig mogelijk zullen plaatsvinden tussen de landen die in hoofdzaak bij deze produkten rechtstreeks of middellijk zijn betrokken.

De belasting op de huur van films welke in Nieuw-Zeeland op 10 april 1947 van kracht was wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst behandeld als een douanerecht bedoeld in artikel I. De contingentering die op 10 april 1947 in Nieuw-Zeeland aan de huurders van films was opgelegd wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst behandeld als een projectie-tijdcontingent bedoeld in artikel IV.

De dominions India en Pakistan zijn niet afzonderlijk in de bovenstaande lijst genoemd, aangezien zij nog niet als zodanig bestonden op de peildatum 10 april 1947.

Regeling
Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel
Afkortingen
GATT 1947
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-08-1967
BWB-id
BWBV0006316
Versie
1967-08-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl