Aanhangsel 4 — Verplichte vereisten voor het veilig uitvoeren van CAS-inspecties (deel 1) Keuringsregeling scheepvaart (CAS) bij het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973 (Keuringsregeling scheepvaart (CAS))
Verplichte vereisten voor het veilig uitvoeren van CAS-inspecties
1. Algemeen
1.1. De huidige verplichte vereisten zijn ontwikkeld ten behoeve van het veilig uitvoeren van CAS-inspecties. Alhoewel de verplichte vereisten expliciet verwijzen naar de CAS-inspectie en naar de aanwezige inspecteur(s), worden zij tevens gebruikt in verband met elke diktemeting die ingevolge de keuringsregeling scheepvaart vereist is.
2. Omstandigheden tijdens de inspectie
2.1. De reder treft de noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het veilig uitvoeren van de CAS-inspectie.
2.2. In gevallen waarin de aanwezige inspecteurs oordelen dat de veiligheidsvoorzieningen en vereiste toegang ontoereikend zijn, vindt de CAS-inspectie van de desbetreffende ruimten geen doorgang.
2.3. Teneinde de aanwezige inspecteurs in staat te stellen de CAS-inspectie uit te voeren, komen de reder en de erkende organisatie voorzieningen voor juiste en veilige toegang overeen.
2.4. Gedetailleerde gegevens over de wijze van toegang worden vermeld in de vragenlijst ten behoeve van inspectieplanning.
2.5. Tanks en ruimten dienen veilig te kunnen worden binnengegaan. Tanks en ruimten moeten gasvrij zijn en worden geventileerd. Alvorens een tank, lege of afgesloten ruimte binnen te gaan, dient te worden geverifieerd of de atmosfeer in de tank vrij is van gevaarlijke gassen en voldoende zuurstof bevat.
2.6. Tanks en ruimten dienen voldoende schoon en vrij van water, aanzetsel, vuil, olieresten, roestschilfers, sediment etc. te zijn om aanzienlijke corrosie, vervormingen, breuken, schade of andere verzwakkingen van de constructie te kunnen constateren alsmede de toestand van de coating te kunnen vaststellen.
2.7. Er dient voldoende verlichting te zijn om aanzienlijke corrosie, vervormingen, breuken, schade of andere verzwakkingen van de constructie te kunnen constateren alsmede de toestand van de coating te kunnen vaststellen.
2.8. Waar zachte coatings zijn aangebracht, dient te worden voorzien in veilige toegang voor de aanwezige inspecteur(s) teneinde de doelmatigheid van de coating te verifiëren en de toestand van de interne constructies te beoordelen, waaronder het verwijderen van de coating op bepaalde plekken begrepen kan zijn. Waar de aanwezigheid van zachte coating veilige toegang verhindert, wordt de zachte coating verwijderd.
2.9. De aanwezige inspecteur(s) dient (dienen) altijd vergezeld te worden door ten minste één door de reder aangewezen verantwoordelijke persoon die ervaring heeft met het inspecteren van tanks en afgesloten ruimten. Daarnaast dient er een ondersteuningsteam van ten minste twee ervaren personen aanwezig te zijn bij het toegangsluik van de tank of van de ruimte die wordt geïnspecteerd. Het ondersteuningsteam houdt de werkzaamheden in de tank of ruimte voortdurend in de gaten en houdt reddings- en evacuatieapparatuur stand-by.
3. Toegang tot onderdelen van de constructie
3.1. Ten behoeve van de algemene inspectie dienen geschikte middelen aanwezig te zijn om de aanwezige inspecteurs in staat te stellen de constructie op veilige en praktische wijze te onderzoeken.
3.2. Ten behoeve van de gedetailleerde inspectie dient op één of meer, voor de aanwezige inspecteur(s) aanvaardbare, onderstaande wijzen toegang te worden verschaft:
– permanente steigers en doorgangen in de constructie
– tijdelijke steigers en doorgangen in de constructie
– liften en verschuifbare platforms
– vlotten of boten
– andere gelijkwaardige middelen.
3.3. De inspectie van tanks of ruimten met vlotten of boten mag uitsluitend worden uitgevoerd met instemming van de aanwezige inspecteurs, die rekening houden met de getroffen veiligheidsvoorzieningen, met inbegrip van de weersvoorspellingen en het gedrag van het schip bij redelijke zeecondities.
3.4. Wanneer bij een gedetailleerde inspectie gebruik wordt gemaakt van vlotten of boten, dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
.1 Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van robuuste opblaasbare vlotten of boten die zelfs bij een beschadigd compartiment over voldoende reserve drijfvermogen en stabiliteit beschikken.
.2 De boot of het vlot moet aan de toegangsladder worden vastgebonden en er moet een extra persoon onderaan de ladder staan die de boot of het vlot duidelijk kan zien;
.3 Er moeten voor alle deelnemers aan de inspectie de juiste reddingsvesten aanwezig zijn;
.4 Het oppervlak van het water in de tank moet kalm zijn (onder alle voorzienbare omstandigheden mag de verwachte waterstijging in de tank niet meer dan 0,25 m bedragen) en het waterniveau moet gelijk blijven of dalen. In geen geval mag het water stijgen op momenten waarop de boot of het vlot wordt gebruikt
.5 De tank of ruimte mag uitsluitend schoon ballastwater bevatten. Zelfs een dunne oliefilm op het water is niet toegestaan;
.6 Op geen enkel moment mag het waterniveau binnen 1 meter komen van het laagste vlakke gedeelte van benedendekse webspant zodat het inspectieteam niet wordt afgesneden van een rechtstreekse ontsnappingsroute naar het toegangsluik van de tank. Het vullen tot een niveau boven de dwarsverbanddelen van het dek mag slechts worden overwogen indien er in het compartiment dat wordt onderzocht een geopend mangat is dat toegang geeft tot het dek, zodat er te allen tijde een ontsnappingsroute is voor het inspectieteam;
.7 Indien de tanks (of ruimten) door een gemeenschappelijk ontluchtingssysteem of een inertgasinstallatie zijn verbonden, moet de tank waarin de boot of het vlot wordt gebruikt daarvan worden ontkoppeld om de verplaatsing van gas uit andere tanks (of ruimten) te voorkomen.
3.5. Naast het bovenstaande mag voor inspectie van tanks of ruimten benedendeks uitsluitend van vlotten of boten gebruik worden gemaakt indien de diepte van de webspanten 1,5 m of minder bedraagt.
3.6. Indien de diepte van de webspanten meer dan 1,5 m bedraagt mag uitsluitend van vlotten of boten gebruik worden gemaakt:
.1 wanneer de coating van de verstijvingsconstructie van het dek in GOEDE staat is en er geen tekenen van slijtage zijn; of
.2 indien er in elk compartiment een permanente mogelijkheid voor toegang is teneinde op een veilige manier te kunnen binnenkomen en weggaan. Er dient vanaf het dek rechtstreeks toegang te zijn via een verticale ladder en er dient een klein platform te worden geplaatst circa 2 m onder het dek.
Indien aan geen van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, dienen er steigers te worden geplaatst ten behoeve van de inspectie benedendeks.
4. Uitrusting voor inspecties
4.1. Diktemetingen dienen normaal gesproken te worden uitgevoerd met ultrasone testapparatuur. De nauwkeurigheid van de apparatuur dient, op verzoek, te worden getoond aan de aanwezige inspecteur(s).
4.2. Indien noodzakelijk geacht door de aanwezige inspecteur(s) kan gebruik worden gemaakt van een of meer van de volgende procedures voor het ontdekken van breuken:
– radiografische apparatuur
– ultrasone apparatuur
– apparatuur voor magnetisch onderzoek
– penetrerende kleurstof
– andere gelijkwaardige middelen.
4.3. Tijdens de CAS-inspectie dienen de volgende middelen aanwezig te zijn: explosiemeter, zuurstofmeter, persluchtapparatuur, reddingslijnen, veiligheidsharnassen met touw en haak, en fluitjes, met inbegrip van instructies en aanwijzingen omtrent het gebruik ervan. Een veiligheidschecklist dient te worden verschaft.
4.4. Er dient toereikende en veilige verlichting aanwezig te zijn zodat de CAS-inspectie op veilige en efficiënte wijze kan worden uitgevoerd.
4.5. Tijdens de CAS-inspectie moet adequate beschermende kleding aanwezig zijn en worden gebruikt (bijv. veiligheidshelm, handschoenen, veiligheidsschoenen).
5. Overleg en communicatie
5.1. Een zorgvuldige voorbereiding door en nauwe samenwerking tussen de aanwezige inspecteur(s) en de aan boord zijnde vertegenwoordigers van de reder voorafgaand aan en tijdens de CAS-inspectie vormen een essentieel onderdeel van de veilige en efficiënte uitvoering van de CAS-inspectie. Tijdens de CAS-inspectie dient aan boord regelmatig veiligheidsoverleg te worden gevoerd.
- Regeling
- Keuringsregeling scheepvaart (CAS) bij het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973 (Keuringsregeling scheepvaart (CAS))
- Afkortingen
- CAS
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-10-2014
- BWB-id
- BWBV0006313
- Versie
- 2014-10-01_0