wetzoeker

Artikel 2 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Federale Republiek Brazilië inzake luchtvervoer tussen Curaçao en Brazilië

1 Elke Partij verleent de andere Partij de volgende rechten voor het verrichten van luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij:

a. het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;

b. het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden;

c. het recht te landen op het (de) punt(en) die omschreven zijn in de Routetabel bij dit Verdrag voor het opnemen en afzetten van internationaal verkeer in de vorm van passagiers, bagage, vracht of post, afzonderlijk of gecombineerd; en

d. de rechten die elders zijn omschreven in dit Verdrag.

2 De luchtvaartmaatschappijen van elke Partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 4 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag genieten eveneens de rechten die omschreven zijn in het eerste lid, onderdelen a) en b), van dit artikel.

3 Geen van de bepalingen van dit Verdrag wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een Partij het recht te geven op het grondgebied van de andere Partij passagiers, hun bagage, vracht of post op te nemen die worden vervoerd tegen vergoeding of beloning en bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die andere Partij.

Regeling
Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Federale Republiek Brazilië inzake luchtvervoer tussen Curaçao en Brazilië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
26-11-2018
BWB-id
BWBV0006311
Versie
2018-11-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl