wetzoeker

Protocol van het Verdrag. Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes

A.

De Leden van den Volkenbond en de Staten niet-Leden, die niet in staat zouden zijn geweest hun bekrachtiging van genoemd Verdrag vóór den 1en September 1932 neder te leggen, verplichten zich, binnen veertien dagen daarop volgende, aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond mededeeling te doen van den stand, waarin hun bekrachtiging zich bevindt.

B.

Indien op den 1en November 1932 de voorwaarden met betrekking tot de inwerkingtreding van het Verdrag, voorzien in artikel 15, lid 1, niet vervuld zijn, zal de Secretaris-Generaal van den Volkenbond de Leden van den Volkenbond en de Staten niet-Leden, die het Verdrag hebben onderteekend, of die daartoe zijn toegetreden, tot een bijeenkomst uitnoodigen.

Het doel dezer bijeenkomst zal zijn het onderzoek van den toestand en der maatregelen, die eventueel zouden moeten worden genomen, om daarin verbetering te brengen.

C.

De Hooge Verdragsluitende Partijen zullen elkander mededeeling doen van de wettelijke voorschriften, die zij op haar gebieden ter uitvoering van het Verdrag zullen uitvaardigen, zodra deze voorschriften in werking treden.

Regeling
Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006307
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl