wetzoeker

Voorschrift II/5-2 Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995

DIPLOMERING VAN SCHIPPERS, OFFICIEREN BELAST MET DE BRUGWACHT, SCHEEPSWERKTUIGKUNDIGEN EN RADIO-OPERATORS

1 Iedere officier belast met de machinekamerwacht in een bemande machinekamer of een aangewezen scheepswerktuigkundige belast met de wacht in een tijdelijk onbemande machinekamer op een zeevissersvaartuig met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer moet in het bezit zijn van een passend vaarbevoegdheidsbewijs.

2 Iedere kandidaat die in aanmerking wil komen voor een bewijs moet:

.1 niet jonger zijn dan 18 jaar;

.2 een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 12 maanden hebben voltooid, waarvan ten minste 6 maanden op vissersvaartuigen of visserij-opleidingsvaartuigen, als onderdeel van een goedgekeurd opleidingsprogramma dat een training aan boord omvat die voldoet aan de vereisten van sectie A-II/5-2 van de STCW-F-code en is vastgelegd in een goedgekeurd stageboek; of

.3 een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 12 maanden hebben voltooid, waarvan ten minste 6 maanden op vaartuigen of opleidingsvaartuigen die worden geëxploiteerd in overeenstemming met het STCW-verdrag van 1978, als onderdeel van een goedgekeurd opleidingsprogramma dat een training aan boord omvat die voldoet aan de vereisten van sectie A-II/5-2 van de STCW-F-code en is vastgelegd in een goedgekeurd stageboek;

.4 een goedgekeurde diensttijd buitengaats hebben vervuld van ten minste 12 maanden in de machinekamer. De administratie kan evenwel toestaan, indien noodzakelijk geacht, dat van deze diensttijd buitengaats een periode van ten hoogste zes maanden wordt vervangen door een periode waarin een bijzondere opleiding zoals een werkplaatsvaardigheidstraining wordt genoten, mits deze periode van bijzondere opleiding wat kwaliteit betreft ten minste gelijkwaardig is aan de vereiste diensttijd buitengaats waarvoor zij in de plaats komt; en

.5 voldoen aan de normen van vaarbevoegdheid omschreven in sectie A-II/5- 2 van de STCW-F-code.

3 De partij kan eventueel wijzigingen aanbrengen in de eisen voor de normen van vaarbevoegdheid en diensttijd buitengaats voor officieren van vissersvaartuigen die worden ingezet voor reizen in begrensde wateren waarbij rekening moet worden gehouden met het vermogen van de voortstuwingsinstallatie en de gevolgen voor de veiligheid van alle vissersvaartuigen die zich in dezelfde wateren kunnen bevinden.

4 Bij de opleiding om de nodige theoretische kennis te verkrijgen en de nodige praktijkervaring op te doen, dient rekening te worden gehouden met de desbetreffende internationale voorschriften en aanbevelingen.

Regeling
Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0006295
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl