wetzoeker

Artikel 110 Algemeen Reglement van de Wereldpostunie

RAAD VAN BESTUUR

1 De reiskosten van vertegenwoordigers van leden van de Raad van Bestuur die deelnemen aan de zittingen van dit orgaan, komen ten laste van hun lidstaat. Behalve voor vergaderingen die tijdens het Congres plaatsvinden, heeft één vertegenwoordiger van elk van de lidstaten die overeenkomstig de door de Raad van Bestuur, respectievelijk de Verenigde Naties opgestelde lijsten worden gerangschikt onder de ontwikkelingslanden of minst ontwikkelde landen heeft, echter recht op de vergoeding van hetzij de prijs van een economyclass-retourvliegticket en/of van een eersteklassetreinkaartje, hetzij van de kosten van de reis met elk ander middel. De vergoeding voor reizen per trein of elk ander middel mag de prijs van een economyclass-retourvliegticket niet te boven gaan. Hetzelfde recht wordt toegekend aan de vertegenwoordiger van elk lid van de Commissies of andere organen van de Raad wanneer deze buiten het Congres en de zittingen van de Raad vergaderen.

2 Bovendien heeft een vertegenwoordiger van een lidstaat die volgens bovengenoemde lijsten is ingedeeld als een van de ontwikkelingslanden of minst ontwikkelde landen en die voorzitter is van de Raad van Bestuur, recht op dezelfde vergoeding als bedoeld in het eerste lid, alsmede op dagvergoedingen (te betalen naar analogie van de voorwaarden die gelden voor personeelsleden van de Unie) voor deelname in die hoedanigheid aan vergaderingen van de Raad van Bestuur, de Postraad, de Coördinatiecommissie voor de permanente organen van de Unie en de Raad van Beheer van de Voorzieningenregeling van de Unie.

Regeling
Algemeen Reglement van de Wereldpostunie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0006293
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl