Artikel 127 Algemeen Reglement van de Wereldpostunie
VERKIEZING EN TAKEN VAN DE DIRECTEUR-GENERAAL EN DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR-GENERAAL VAN HET INTERNATIONAAL BUREAU
0bis De Directeur-Generaal is de wettelijke vertegenwoordiger van de Unie.
1 De Directeur-Generaal organiseert, bestuurt en leidt het Internationaal Bureau.
2 Wat betreft de indeling van functies, benoemingen en bevordering is hij bevoegd tot:
2.1. het indelen van de functies in de rangen G 1 tot en met D 2, en tot het bevorderen van de functionarissen in deze rangen.
2.2. Voor benoemingen in de rangen P 1 tot en met D 2 dient hij de beroepsbekwaamheid in acht te nemen van de kandidaten die de nationaliteit hebben van een lidstaat of die hun beroep uitoefenen in een lidstaat, rekening houdend met een billijke geografische spreiding en taalspreiding en genderbalans. De functies in de rang D 2 moeten, met inachtneming van het doorslaggevende criterium van de doeltreffendheid van het Internationaal Bureau, zoveel mogelijk worden vervuld door kandidaten uit andere regio’s dan die waaruit de Directeur-Generaal en de Plaatsvervangend Directeur-Generaal afkomstig zijn.
2.3. Bij de benoeming van een nieuwe functionaris houdt de Directeur-Generaal er tevens rekening mee dat de personen in de functies van de rangen D 2, D 1 en P 5 ingezetenen van verschillende lidstaten van de Unie moeten zijn.
2.4. Bij de bevordering van een functionaris van het Internationaal Bureau in de rangen D 2, D 1 en P 5 is de Directeur-Generaal niet verplicht hetzelfde beginsel toe te passen als bij 2.3.
2.5. De bekwaamheid die tijdens het wervingsproces wordt vastgesteld heeft prioriteit boven de eis van een billijke geografische spreiding en taalspreiding en genderbalans.
2.6. De Directeur-Generaal brengt de Raad van Bestuur eenmaal per jaar op de hoogte van de benoemingen en bevorderingen in de rangen P 4 tot en met D 2.
3 De Directeur-Generaal heeft voorts de volgende bevoegdheden:
3.1. het vervullen van de taken van depositaris van de Akten van de Unie en van tussenpersoon bij de procedure voor toetreding en toelating tot de Unie alsmede bij de procedure voor het verlaten ervan;
3.2. het aan alle regeringen van de lidstaten kennisgeven van de besluiten van het Congres;
3.3. het aan alle lidstaten en hun aangewezen aanbieders kennisgeven van de door de Postraad vastgestelde of herziene Regelingen;
3.4. het opstellen van de jaarlijkse ontwerpbegroting van de Unie op het laagst mogelijke niveau dat nog verenigbaar is met de behoeften van de Unie en deze op een gelegen tijdstip ter beoordeling voorleggen aan de Raad van Bestuur; het, na goedkeuring door de Raad van Bestuur, aan de lidstaten mededelen van de begroting en deze ten uitvoer leggen;
3.5. het uitvoeren van de specifieke door de organen van de Unie verzochte activiteiten alsmede die welke de Directeur-Generaal uit hoofde van de Akten worden toegewezen;
3.6. het nemen van initiatieven voor het verwezenlijken van de door de organen van de Unie gestelde doelen, in het kader van het vastgestelde beleid en de beschikbare financiële middelen;
3.7. het aan de Raad van Bestuur of aan de Postraad voorleggen van suggesties en voorstellen;
3.8. het, na de afsluiting van het Congres, aan de Postraad voorleggen van voorstellen betreffende de wijzigingen die op de Regelingen moeten worden aangebracht naar aanleiding van de besluiten van het Congres, overeenkomstig het Reglement van Orde van de Postraad;
3.9. het opstellen, ten behoeve van de Raad van Bestuur en op basis van de door de Raden gegeven richtlijnen, van de ontwerpstrategie van de Unie en het ontwerp voor het vierjaarlijks werkplan die aan het Congres moeten worden voorgelegd;
3.10. het, ter goedkeuring door de Raad van Bestuur, opstellen van een vierjarig verslag over de resultaten van de lidstaten betreffende de uitvoering van de door het voorgaande Congres goedgekeurde strategie, dat aan het volgende Congres wordt voorgelegd;
3.11. (Geschrapt.)
3.12. het optreden als tussenpersoon in de betrekkingen tussen:
3.12.1. de Unie en de beperkte Unies;
3.12.2. de Unie en de Organisatie van de Verenigde Naties;
3.12.3. de Unie en de internationale organisaties wier activiteiten voor de Unie van belang zijn;
3.12.4. de Unie en de internationale instanties, verenigingen of ondernemingen waarmee de organen van de Unie overleg wensen te plegen of die zij bij hun werkzaamheden wensen te betrekken;
3.13. het vervullen van de taak van Secretaris-Generaal van de organen van de Unie en het in die hoedanigheid, met inachtneming van de bijzondere bepalingen van dit Algemeen Reglement, toezien op:
3.13.1. de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van de organen van de Unie;
3.13.2. de opstelling, vervaardiging en verspreiding van stukken, rapporten en verslagen;
3.13.3. het functioneren van het secretariaat gedurende de vergaderingen van de organen van de Unie;
3.14. het bijwonen van zittingen van de organen van de Unie en het zonder stemrecht deelnemen aan de beraadslagingen, met de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen.
- Regeling
- Algemeen Reglement van de Wereldpostunie
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0006293
- Versie
- 2026-01-01_0