wetzoeker

Artikel 5 Protocol betreffende een geval van staatloosheid

Indien tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen eenig geschil rijst nopens de uitlegging of toepassing van dit Protocol en indien dit geschil niet op bevredigende wijze is opgelost kunnen worden langs diplomatieken weg, zal het worden geregeld overeenkomstig de bepalingen, die tusschen de partijen van kracht zijn met betrekking tot de beslechting van internationale geschillen.

In geval zoodanige bepalingen niet zouden bestaan tusschen de bij het geschil betrokken partijen, zullen zij het geschil onderwerpen aan een scheidsrechterlijke of rechterlijke procedure overeenkomstig de grondwettelijke voorschriften van ieder der partijen. Bij gebreke aan overeenstemming ten aanzien van de keuze van een ander gerecht, zullen zij het geschil onderwerpen aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, indien zij alle partij zijn bij het Protocol van 16 December 1920 nopens dit Hof, en indien zij niet alle partij bij dit Protocol zijn, aan een scheidsgerecht, dat samengesteld zal worden overeenkomstig het Haagsche Verdrag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.

Regeling
Protocol betreffende een geval van staatloosheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1937
BWB-id
BWBV0006279
Versie
1937-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl