wetzoeker

Artikel 2 Berner Conventie tot bescherming van letterkundige en kunstwerken van 9 september 1886, herzien te Berlijn op 13 november 1908 en te Rome op 2 juni 1928

(1) De uitdrukking „letterkundige en kunst-werken” omvat alle voortbrengselen op het gebied der letterkunde, wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukken zij, zooals boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preeken en andere werken van dien aard; tooneelwerken of dramatisch-muzikale werken, choregraphische werken en pantomimes, waarvan de wijze van opvoering in schrift of op andere wijze is nedergelegd; muzikale composities met of zonder woorden; werken van teeken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithographeerkunst; illustraties en aardrijkskundige kaarten; teekeningen, schetsen en plastische werken, betrekking hebbende op de aardrijkskunde, de topographie, de bouwkunde of de wetenschappen.

(2) Als oorspronkelijke werken worden beschermd, zonder dat dit de rechten verkorten kan van den auteur van het oorspronkelijke werk: vertalingen, omwerkingen, zettingen van muziek en andere reproductiën in gewijzigden vorm van een letterkundig of kunstwerk, evenals de verzamelingen van verschillende werken.

(3) De landen van het Verbond zijn verplicht de bescherming te verzekeren der bovenvermelde werken.

(4) Werken van kunst, toegepast op de nijverheid, worden beschermd voor zoover de binnenlandsche wetgeving van elk land het toelaat.

Regeling
Berner Conventie tot bescherming van letterkundige en kunstwerken van 9 september 1886, herzien te Berlijn op 13 november 1908 en te Rome op 2 juni 1928
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1931
BWB-id
BWBV0006272
Versie
1931-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl