wetzoeker

MEMORANDUM. Noordzeeverklaring tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zweden

Op het oogenblik van de onderteekening der Verklaring van heden, meenen de ondergeteekenden op last hunner onderscheiden Regeeringen nader te moeten doen uitkomen:

1°. dat het door gezegde verklaring gehuldigd beginsel der handhaving van den status quo slechts de territoriale integriteit van alle tegenwoordige bezittingen der Hooge Verdragsluitende Partijen in de kuststreken der Noordzee beoogt, en dat mitsdien de Verklaring op geenerlei wijze kan worden ingeroepen wanneer er sprake mocht zijn van de vrije uitoefening van souvereiniteitsrechten der Hooge Verdragsluitende Partijen op hare onderscheiden bovenvermelde bezittingen;

2°. dat ten opzichte van deze Verklaring de Noordzee geacht zal worden naar het Oosten zich uit te strekken tot hare vereeniging met de wateren der Oostzee.

Regeling
Noordzeeverklaring tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zweden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-07-1908
BWB-id
BWBV0006265
Versie
1908-07-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl