wetzoeker

Artikel 8 Verdrag inzake de slavernij

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat alle geschillen, die tusschen haar mochten rijzen inzake de uitlegging of de toepassing van dit verdrag, indien zij niet door rechtstreeksche onderhandelingen opgelost kunnen worden, ter beslissing zullen worden verwezen naar het Internationale Gerechtshof. Indien de Staten, waartusschen het geschil is gerezen, beide of één van beide, niet partij zouden zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, zal het geschil naar de keuze van Partijen en overeenkomstig de constitutioneele regelen van ieder dezer Staten worden onderworpen, hetzij aan het Internationale Gerechtshof, hetzij aan een scheidsgerecht, samengesteld overeenkomstig het verdrag van 18 October 1907 nopens de vreedzame regeling van internationale geschillen, hetzij aan eenig ander scheidsgerecht.

Regeling
Verdrag inzake de slavernij
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-07-1955
BWB-id
BWBV0006262
Versie
1955-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl