wetzoeker

Artikel 14 Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken

Slotbepalingen

1 De toepassing van dit Verdrag wordt verdeeld in opeenvolgende perioden van drie jaar, waarvan de eerste begint op de datum waarop het Verdrag ingevolge lid 1 van artikel 13 in werking is getreden.

2 Iedere Verdragsluitende Partij kan, niet later dan zes maanden voor het verstrijken van de lopende periode van drie jaar, dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving. De Secretaris-Generaal doet aan alle andere Partijen mededeling van elke zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan.

3 De opzeggingen worden van kracht aan het einde van de lopende periode van drie jaar.

4 In gevallen waarin dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, op een niet tot het moederland behorend gebied van een Partij van toepassing is geworden, kan die Partij, met toestemming van het betrokken gebied, door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, dit Verdrag afzonderlijk ten aanzien van dat gebied opzeggen. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van bedoelde kennisgeving door de Secretaris-Generaal, die van die kennisgeving en de datum waarop zij werd ontvangen mededeling doet aan alle andere Partijen.

Regeling
Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-12-1957
BWB-id
BWBV0006246
Versie
1957-12-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl