wetzoeker

Artikel 6 Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken

Slavernij en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken

1 Het tot slaaf maken van een ander of het overhalen van een ander om zichzelf of een van hem afhankelijke persoon tot slaaf te laten maken, of de poging daartoe, of de medeplichtigheid daaraan, of de samenspanning daartoe, vormt een strafbaar feit volgens de wetten van de Staten welke partij zijn bij dit Verdrag, en personen die daaraan schuldig worden bevonden, stellen zich aan straf bloot.

2 Met inachtneming van het bepaalde in de inleidende alinea van artikel 1 van dit Verdrag is lid 1 van dit artikel eveneens van toepassing op het overhalen van een ander om zichzelf of een van hem afhankelijke persoon de slaaflijke staat voortvloeiende uit een der in artikel 1 genoemde instellingen of praktijken te doen aannemen, op de poging daartoe, op de medeplichtigheid daaraan en op de samenspanning daartoe.

Regeling
Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-12-1957
BWB-id
BWBV0006246
Versie
1957-12-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl