wetzoeker

PROTOCOL VAN HET INTERNATIONALE VERDRAG TER VEREENVOUDIGING VAN DOUANEFORMALITEITEN. Internationaal Verdrag voor de vereenvoudiging van douaneformaliteiten

Op het oogenblik, dat de ondergeteekenden overgaan tot de onderteekening van het op dezen dag gesloten Verdrag voor de vereenvoudiging van douaneformaliteiten, zijn zij, behoorlijk daartoe gemachtigd het volgende overeengekomen:

1. Het is wel te verstaan, dat de verplichtingen, die voor de Verdragstaten uit het bovenbedoelde Verdrag voortvloeien, in geen enkel opzicht inbreuk maken op de verplichtingen, die zij aanvaard hebben of in de toekomst zullen kunnen aanvaarden bij internationale verdragen of overeenkomsten, welke zich ten doel stellen de gezondheid van menschen, dieren of planten te beveiligen (met name de internationale Opiumconventie), of welke bestemd zijn de openbare zedelijkheid te beschermen of welke de internationale veiligheid beoogen.

2. Wat betreft de toepassing van art. 3, zal de verplichting, welke door Canada wordt aanvaard, slechts de federale regeering binden en niet de provinciale regeeringen, aan welke de Canadeesche grondwet de bevoegdheid geeft om op haar grondgebied den invoer van zékere producten te verbieden of te beperken.

3. Wat betreft de toepassing van de artikelen 4 en 5, zal de aanvaarding door Brazilië en door Canada voor deze Staten de verantwoordelijkheid van de federale regeering ten aanzien van den uitvoer slechts in die mate binden, waarin deze regeering zelf de in die artikelen bedoelde bepalingen nopens tarieven of regelingen vaststelt, zonder dat deze regeering eenige verantwoordelijkheid kan aanvaarden inzake de bepalingen van denzelfden aard, welke genomen worden door de Staten of provincies krachtens de rechten, die de grondwet van het land hun verleent.

4. Wat betreft de toepassing van artikel 4 en artikel 5, lid 2, zal de verbintenis, welke door Duitschland wordt aanvaard, niet de verplichting medebrengen om zekere geringe lasten, welke deze Staat heft of zekere bijzondere formaliteiten, welke hij toepast, bekend te maken voor zoover deze niet door dit land zelf worden vastgesteld, maar door een van de Bondsstaten of door eenige plaatselijke overheid.

5. Ten aanzien van de toepassing van artikel 11 erkennen de Verdragstaten, dat de door hen vastgestelde regelen de beteekenis hebben van minimum-waarborgen, welke verlangd zullen kunnen worden door alle Verdragstaten, maar dat zij niet uitsluiten de uitbreiding of de aanpassing van zoodanige regelen in tweezijdige of andere overeenkomsten, die deze Staten vrijwillig onder elkander zouden sluiten.

6. Gegeven de bijzondere omstandigheid, waarin zij zich bevinden, hebben de Regeeringen van Spanje, Finland, Polen en Portugal verklaard, dat zij zich de bevoegdheid voorbehouden om bij de ratificatie artikel 10 uit te zonderen en dit artikel niet toe te passen dan na verloop van een periode van vijf jaar, te rekenen van af dezen dag.

Een overeenkomstige verklaring is afgelegd door de Regeeringen van Spanje, Griekenland en Portugal met betrekking tot artikel 11, sub 8, van het Verdrag, en door de Regeeringen van Spanje en Portugal met betrekking tot artikel 11, sub 3. De Poolsche Regeering heeft een dergelijke verklaring afgelegd ten aanzien van dit artikel in zijn geheel, met uitzondering van hetgeen is vermeld sub 1, 2, 4, 5, 7 en 9, ten aanzien waarvan deze Regeering zich verbindt om de hierin nedergelegde bepalingen toe te passen dadelijk bij de inwerkingtreding van dit Verdrag voor wat dit land betreft.

De andere Verdragstaten stellen vast, dat zij, terwijl zij verklaren de bovenbedoelde voorbehouden te aanvaarden, zelf voor de aangelegenheden, die hierin behandeld worden, niet gebonden zullen zijn ten aanzien van de Staten, die deze voorbehouden hebben gemaakt, voordat de toepassing van de aldus opgeschorte bepalingen voor de bedoelde Staten van kracht zal zijn geworden.

De uitzonderingen, die later door andere Regeeringen op het oogenblik van haar bekrachtiging of haar toetreding, met betrekking tot artikel 10, artikel 11 of bijzondere bepalingen van deze artikelen mochten worden geformuleerd, zullen voor den sub 1 bedoelden termijn en onder de sub 3 vermelde voorwaarden worden toegepast, wanneer de Raad van den Volkenbond aldus beslist, na het technisch orgaan als bedoeld in artikel 22 van het Verdrag te hebben gehoord.

Dit Protokol zal dezelfde kracht, geldigheid en duur hebben als het Verdrag, dat op dezen dag wordt gesloten en waarvan het als een integreerend deel moet worden beschouwd.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de vereenvoudiging van douaneformaliteiten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-08-1925
BWB-id
BWBV0006239
Versie
1925-08-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl