wetzoeker

Artikel XXII Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen

Elke staat die partij is die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of toetreedt tot dit Protocol:

a. stelt de depositaris in kennis van de rechtsmacht die hij overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van het Verdrag van ‘s-Gravenhage, zoals gewijzigd bij het Protocol van Beijing, 2010, op grond van zijn nationale recht heeft gevestigd, en stelt de depositaris onverwijld in kennis van elke wijziging; en

b. kan verklaren dat hij de bepalingen van artikel 1, derde lid, onderdeel d, van het Verdrag van ‘s-Gravenhage, zoals gewijzigd bij het Protocol van Beijing, 2010, in overeenstemming met de beginselen van zijn strafrecht betreffende de uitsluiting van aansprakelijkheid van familieleden zal toepassen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2018
BWB-id
BWBV0006237
Versie
2018-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl