wetzoeker

Artikel 4 Verdrag nopens de vrijheid van de doorvoer met Statuut

De Verdragstaten verbinden zich op doorvoertransporten langs wegen, die door Staatsdiensten worden geëxploiteerd of beheerd of die in concessie zijn gegeven, welke ook de plaats van vertrek of van bestemming der transporten is, tarieven toe te passen die, rekening houdende met de voorwaarden van het verkeer en met overwegingen aangaande handelsconcurrentie tusschen verkeerswegen, billijk zijn, zoowel door hun bedrag als door de wijze van toepassing. Die tarieven moeten zoodanig worden vastgesteld, dat zij het internationaal verkeer zooveel mogelijk vergemakkelijken. Geen belooning, faciliteit of beperking zal middellijk of onmiddellijk afhankelijk mogen zijn van de nationaliteit of van de hoedanigheid van den eigenaar van het vaartuig of van eenig ander middel van vervoer, dat gebruikt is of moet worden gebruikt gedurende eenig gedeelte van de geheele reis.

Regeling
Verdrag nopens de vrijheid van de doorvoer met Statuut
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-07-1924
BWB-id
BWBV0006229
Versie
1924-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl