wetzoeker

Artikel 3 Verdrag betreffende de invoering van of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimum lonen

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, is vrij in het bepalen van de methode van vaststelling van minimumloonen, zoo ook in de wijze van toepassing daarvan, behoudens dat:

1°. voordat tot toepassing dier methoden op eene industrie of een bepaalden tak van eene industrie wordt overgegaan, de vertegenwoordigers van de betrokken werkgevers en arbeiders geraadpleegd moeten worden, daaronder begrepen de vertegenwoordigers van hunne onderscheidene organisaties, indien zulke organisaties bestaan, zoomede alle andere personen, die in het bijzonder op dit punt deskundig zijn door hun beroep of hunne werkzaamheden en tot wie de bevoegde autoriteit het wenschelijk acht zich te wenden;

2°. de betrokken werkgevers en arbeiders deel moeten hebben aan de toepassing van die methoden op de wijze en in de mate, welke de nationale wet zal bepalen, echter in elk geval in gelijken getale en op voet van gelijkheid;

3°. de vastgestelde minimumloonen zoowel voor de betrokken werkgevers als voor de arbeiders bindend zijn; zij zullen noch bij individueele overeenkomsten door hen kunnen worden verlaagd, noch bij collectieve overeenkomsten, tenzij krachtens algemeene of bijzondere machtiging van de bevoegde autoriteit.

Regeling
Verdrag betreffende de invoering van of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimum lonen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-11-1964
BWB-id
BWBV0006224
Versie
1964-11-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl