wetzoeker

Artikel 10 Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino

De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in vrijheid worden gesteld, indien niet binnen twintig dagen na de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding de aanvrage tot uitlevering geschied is op de wijze vermeld in artikel 7, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.

Regeling
Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-04-1903
BWB-id
BWBV0006181
Versie
1903-04-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl