wetzoeker

Artikel 4bis Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934

1 De octrooien, aangevraagd in de verschillende lander der Unie door onderdanen der Unie-landen, zullen onafhankelijk zijn van de octrooien, verkregen voor dezelfde uitvinding in de andere landen, onverschillig of deze al dan niet tot de Unie zijn toegetreden.

2 Deze bepaling moet volstrekt worden opgevat, met name in deze zin, dat de octrooien, aangevraagd gedurende de termijn van voorrang onafhankelijk zijn, zowel uit een oogpunt van redenen van nietigheid en verval, als uit een oogpunt van gewonen duur.

3 Zij is van toepassing op alle octrooien, bestaande op het tijdstip, waarop zij in werking treedt.

4 Dezelfde regel geldt, in geval van toetreding van nieuwe landen, voor de octrooien, over en weer bestaande op het ogenblik der toetreding.

5 De octrooien, verkregen met het genot van het recht van voorrang, zullen in de verschillende landen der Unie een duur genieten gelijk aan die, welke zij zouden genieten, indien zij waren aangevraagd of verleend zonder het genot van het recht van voorrang.

Regeling
Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-08-1948
BWB-id
BWBV0006163
Versie
1948-08-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl