wetzoeker

Artikel 6 Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels

De Staats-Telegraaf-Administratiën van de twee landen zullen in onderling overleg en ten meesten nutte van het verkeer de wijze van het gebruik der onderzeesche kabels regelen.

De bediening van de onderzeesche kabels in elk van de twee landen zal plaats hebben door de ambtenaren van de Staats-Telegraaf-Administratiën, zonder tusschenpersonen.

De landlijnen, noodig voor de verbinding van de onderzeesche kabels met het binnenlandsche telegraafnet, zullen aangelegd en onderhouden worden voor rekening van elk land afzonderlijk.

Elk land zal voor eigen rekening inrichten en onderhouden eene voldoende loods op de plaats, waar de onderzeesche kabels eindigen en de landlijnen beginnen, en elke loods zal van alle benoodigde instrumenten en toestellen voorzien zijn.

Regeling
Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1897
BWB-id
BWBV0006138
Versie
1897-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl