wetzoeker

Tekst Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Zwitserland nopens overneming van onderdanen en oud-onderdanen

Elk der verdragsluitende Partijen verplicht zich tot overneming op haar grondgebied, op aanvrage van de andere Partij, van hare onderdanen, die door laatstgenoemde Partij worden uitgezet, hetzij krachtens rechterlijk vonnis, hetzij om redenen ontleend aan de inwendige of uitwendige veiligheid van den Staat, of om redenen verband houdende met de zedenpolitie of de openbare gezondheid, ofwel als het betreft personen die geene voldoende middelen van bestaan bezitten en niet in staat zijn zich die door hunnen arbeid te verschaffen.

Het voorafgaande is ook van toepassing op oud-onderdanen van elk der Partijen zoolang zij niet onderdanen van de andere Partij of van eenen derden Staat zijn geworden.

De inwonende echtgenoote en minderjarige kinderen van den uitgezette zullen met hem worden overgenomen, ook wanneer zij geen onderdanen van de aangezochte Partij zijn noch ooit geweest zijn, mits zij geen onderdanen van den aanvragende Staat of van eenen derden Staat geworden zijn.

Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zoodra doenlijk te 's Gravenhage worden uitgewisseld. Het zal in werking treden op den dag der uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Zwitserland nopens overneming van onderdanen en oud-onderdanen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-01-1912
BWB-id
BWBV0006135
Versie
1912-01-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl