wetzoeker

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika betreffende de onderwerping van geschillen aan een permanente Internationale Commissie voor onderzoek en verslag

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-03-1928
Rechtsgebied
Arbitrage
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0006130
Versie
1928-03-10_0
SHA-256 bron
17242bb5bbc47d9e7feb28d9a7cd987ec3c3067cb7b479f47e42b0803e76e8cc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Tekst

Artikel I

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen dat alle geschillen van welken aard ook, die tusschen hen mochten ontstaan en waarvan de beslechting niet wordt voorzien in vroeger aangegane arbitrageverdragen en overeenkomsten, of indien de bepalingen dier verdragen en overeenkomsten feitelijk niet worden toegepast, ter fine van onderzoek en verslag zullen worden onderworpen, nadat alle diplomatieke middelen ter regeling dezer geschillen gefaald hebben, aan eene Permanente Internationale Commissie, die zal worden benoemd op de wijze voorgeschreven in het volgend artikel; en zij komen overeen noch den oorlog te verklaren, noch vijandelijkheden te beginnen loopende dat onderzoek en totdat het verslag zal zijn ingediend.

Artikel II

De Internationale Commissie zal bestaan uit vijf leden als volgt te benoemen:

Eén lid zal worden gekozen door iedere Regeering uit hare eigen onderdanen; één lid zal worden gekozen door iedere Regeering uit onderdanen van een derde Mogendheid; het vijfde lid zal in gemeen overleg door beide Regeeringen gekozen worden met dien verstande dat hij niet zal zijn onderdaan van der beide landen.

De kosten aan de Commissie verbonden zullen gelijkelijk door de twee Regeeringen gedragen worden.

De Internationale Commissie zal benoemd worden binnen zes maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging van dit verdrag; opengevallen plaatsen zullen vervuld worden op de wijze voorgeschreven voor de oorspronkelijke benoeming.

Artikel III

Voor het geval de Hooge Verdragsluitende Partijen niet zullen geslaagd zijn een tusschen hen gerezen geschil te beslechten langs diplomatieken weg, zullen zij het onverwijld aan de Internationale Commissie onderwerpen ter fine van onderzoek en verslag. De Internationale Commissie kan echter tot dat doel uit eigen beweging hare diensten aanbieden, in welk geval zij beiden Regeeringen daarvan kennis zal geven, en beider medewerking tot een onderzoek zal verzoeken.

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich der Permanente Internationale Commissie alle hulpmiddelen en faciliteiten te verschaffen benoodigd voor haar onderzoek en verslag.

Het verslag der Internationale Commissie moet gereed zijn binnen één jaar van af den dag waarop zij zal hebben verklaard dat het onderzoek is begonnen, tenzij de Hooge Verdragsluitende Partijen dit tijdsverloop met onderling goedvinden zullen wenschen te verkorten of te verlengen. Het verslag zal in drievoud opgemaakt worden; één exemplaar zal aan ieder der Regeeringen worden aangeboden, en het derde exemplaar blijven berusten in het archief der Commissie.

Nadat het verslag der Commissie aan de Hooge Verdragsluitende Partijen zal zijn aangeboden, behouden deze zich volledige vrijheid van handelen voor in het geschil dat het onderwerp van het onderzoek uitmaakte.

Artikel IV

Dit verdrag zal worden bekrachtigd door Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en door den President der Vereenigde Staten van Amerika, wat dezen laatste betreft op advies en met goedkeuren van den Senaat, en de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld.

Het zal in werking treden onmiddellijk na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal van kracht blijven voor een tijdperk van vijf jaren; hierna zal het van kracht blijven tot twaalf maanden nadat een der Hooge Verdragsluitende Partijen aan de andere zal hebben kennis gegeven van haar voornemen het te doen eindigen.

Tekst

De Nederlandsche Regeering en de Regeering van de Vereenigde Staten, wenschende weg te nemen allen twijfel of alle onzekerheid, die mochten bestaan of zich later voordoen omtrent de uitlegging, welke aan artikel 1 van het op den 18den December 1913 namens beide Regeeringen onderteekend verdrag behoort te worden gegeven met betrekking tot de geschillen, die tusschen Haar ten tijde van de inwerkingtreding van genoemd verdrag mochten bestaan, hebben de ondergeteekenden gemachtigd te verklaren, dat, overeenkomstig de bedoeling van genoemd artikel 1, hetzelve binnen de bepalingen daarvan toepasselijk is op alle geschillen, die ten tijde van de inwerkingtreding van het verdrag tusschen beide Regeeringen mochten bestaan zoowel als op die welke daarna mochten ontstaan.