wetzoeker

ARTIKEL VIII Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers

De aanvrage tot uitlevering zal worden gedaan respectievelijk door de diplomatieke agenten der Hooge Contracteerende Partijen.

De aanvrage tot uitlevering van een beschuldigde moet vergezeld zijn van een bevel van gevangeneming, afgegeven door de bevoegde overheid van den Staat, welke de uitlevering aanvraagt, en van zoodanige stukken als welke, overeenkomstig de wetten der plaats, waar de beschuldigde gevonden is, zijne aanhouding zouden wettigen, indien het misdrijf aldaar gepleegd ware.

Indien de aanvrage eenen veroordeelde betreft, moet zij vergezeld zijn van het veroordeelend vonnis of arrest, ten laste van den veroordeelde gewezen door den bevoegden rechter van den Staat, welke de uitlevering aanvraagt.

Een vonnis bij verstek wordt niet geacht te zijn eene veroordeeling, maar een persoon, tegen wien zoodanig vonnis is gewezen, mag worden beschouwd als een beschuldigde.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-03-1899
BWB-id
BWBV0006116
Versie
1899-03-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl