wetzoeker

Artikel III Verdrag tot herziening van het Tractaat van 19 april 1839, voor zoveel het Luxemburg betreft

Het Groothertogdom Luxemburg krachtens de bepalingen van het voorgaande artikel onzijdig verklaard zijnde, wordt de handhaving of de daarstelling van versterkte plaatsen op zijn grondgebied onnoodig en doelloos.

Bij gevolg is in gemeenschappelijk overleg overeengekomen, dat de stad Luxemburg, die in het verledene, uit een militair oogpunt, als eene bondsvesting werd beschouwd, zal ophouden eene versterkte stad te zijn.

Zijne Majesteit de Koning Groothertog behoudt zich voor in die stad te onderhouden zoodanig aantal troepen als noodig is, om er te waken voor de handhaving der goede orde.

Regeling
Verdrag tot herziening van het Tractaat van 19 april 1839, voor zoveel het Luxemburg betreft
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-05-1867
BWB-id
BWBV0006094
Versie
1867-05-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl