wetzoeker

Artikel 46 Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

MATERIEEL RECHT

De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de volgende omstandigheden, voor zover deze niet reeds tot de bestanddelen van het strafbare feit behoren, in aanmerking kunnen worden genomen, overeenkomstig de relevante bepalingen van het nationale recht, als strafverzwarende omstandigheden bij het bepalen van de straf met betrekking tot de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten:

a. het strafbare feit is gepleegd tegen een voormalige of huidige echtgenoot of partner die wordt erkend volgens het nationale recht, door een lid van het gezin, een persoon die samenwoont met het slachtoffer of een persoon die misbruik heeft gemaakt van haar of zijn macht;

b. het strafbare feit of de daaraan gerelateerde strafbare feiten zijn bij herhaling gepleegd;

c. het strafbare feit is gepleegd tegen een persoon die door bepaalde omstandigheden kwetsbaar is gemaakt;

d. het strafbare feit is gepleegd tegen of in de aanwezigheid van een kind;

e. het strafbare feit is gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optraden;

f. het strafbare feit is voorafgegaan door of ging vergezeld van extreem geweld;

g. het strafbare feit is gepleegd met behulp van of onder bedreiging met een wapen;

h. het strafbare feit heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel van of ernstige mentale schade bij het slachtoffer;

i. de dader is eerder veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2016
BWB-id
BWBV0006074
Versie
2016-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl