wetzoeker

Artikel 42 Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

MATERIEEL RECHT

1 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat bij strafprocedures ingesteld na het plegen van een van de daden van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag, cultuur, gewoonte, religie, traditie of de zogenaamde „eer” niet worden aangemerkt als rechtvaardiging voor deze daden. Dit heeft met name betrekking op beweringen dat het slachtoffer culturele, religieuze, sociale of traditionele normen zou hebben overtreden of gewoonten met betrekking tot gepast gedrag zou hebben geschonden.

2 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat het feit dat een persoon een kind aanzet tot het plegen van de handelingen bedoeld in het eerste lid niets afdoet aan de strafrechtelijke aansprakelijkheid van die persoon voor de gepleegde handelingen.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2016
BWB-id
BWBV0006074
Versie
2016-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl