wetzoeker

Artikel 36 Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

MATERIEEL RECHT

1 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de volgende opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld:

a. het zonder wederzijds goedvinden op seksuele wijze vaginaal, anaal of oraal met een lichaamsdeel of object binnendringen van het lichaam van een ander;

b. het zonder wederzijds goedvinden plegen van andere seksuele handelingen met een persoon;

c. het zonder wederzijds goedvinden een ander er toe bewegen seksuele handelingen te plegen met een derde.

2 De toestemming dient vrijwillig te zijn gegeven en voort te vloeien uit de vrije wil van de betrokken persoon hetgeen wordt vastgesteld in het licht van de omstandigheden.

3 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de bepalingen van het eerste lid tevens van toepassing zijn op gedragingen gericht tegen voormalige of huidige echtgenoten of partners erkend volgens het nationale recht.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2016
BWB-id
BWBV0006074
Versie
2016-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl