wetzoeker

Bijlage I — Intellectuele eigendomsrechten Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking betreffende nationale en civiele veiligheid

Intellectuele eigendomsrechten

I. Algemene verplichting

De partijen dragen zorg voor de deugdelijke en doeltreffende bescherming van intellectuele eigendom die uit hoofde van dit Verdrag en relevante uitvoeringsregelingen ontstaat of wordt verstrekt. De toekenning van intellectuele eigendomsrechten vindt plaats op de wijze vermeld in deze Bijlage.

II. Reikwijdte

A. Deze Bijlage is van toepassing op alle samenwerkingsactiviteiten die in het kader van dit Verdrag worden ondernomen, behoudens wanneer door de partijen of hun aangewezen vervangers uitdrukkelijk anderszins wordt overeengekomen.

B. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „intellectuele eigendom” verstaan hetgeen vermeld wordt in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967, en kan andere – door de partijen overeengekomen – onderwerpen omvatten.

C. Elke partij ziet erop toe dat de andere partij, indien nodig, via contracten of andere wettige middelen met haar eigen deelnemers de intellectuele eigendomsrechten kan verwerven die in overeenstemming met deze Bijlage worden toegekend. Deze Bijlage leidt op geen enkele andere wijze tot wijziging of beperking van de toekenning tussen een partij en haar onderdanen, hetgeen wordt bepaald door de wetten en praktijken van die partij.

D. Behoudens waar in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden geschillen met betrekking tot de intellectuele eigendom die in het kader van dit Verdrag ontstaan, beslecht door middel van besprekingen tussen de betrokken deelnemende instanties of, indien nodig, de partijen of hun aangewezen vervangers. Indien de partijen hierover onderling overeenstemming bereiken, wordt een geschil aan een scheidsgerecht voorgelegd ter bindende arbitrage in overeenstemming met de geldende internationale rechtsregels. Tenzij de partijen of hun aangewezen vervangers schriftelijk anderszins overeenkomen, wordt het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL) toegepast.

E. De beëindiging van of het verstrijken van de looptijd van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen uit hoofde van deze Bijlage.

III. Toekenning van rechten

A. Elke partij heeft recht op een niet-exclusieve, onherroepelijke, royalty-vrije vergunning in alle landen voor de vertaling, verveelvoudiging en openbare verspreiding van wetenschappelijke en technische tijdschriftartikelen, rapporten en boeken die rechtstreeks uit de samenwerking in het kader van dit Verdrag voortvloeien. Alle openbaar verspreide afschriften van een met auteursrecht beschermd werk dat ingevolge deze bepaling is opgesteld, moeten de namen van de auteurs van het werk bevatten, tenzij een auteur uitdrukkelijk weigert te worden genoemd.

B. De rechten op alle vormen van intellectuele eigendom, anders dan de hierboven in paragraaf III onder A beschreven rechten, worden als volgt toegekend:

1. Bezoekende onderzoekers ontvangen rechten, prijzen, bonussen en royalty’s in overeenstemming met de beleidslijnen van de ontvangende instantie.

2.

a. intellectuele eigendom gecreëerd door personen in dienst van of gesponsord door een partij in het kader van samenwerkingsactiviteiten anders dan waarop paragraaf III, onder B, 1, van toepassing is behoren toe aan die partij. Intellectuele eigendom gecreëerd door personen in dienst van of gesponsord door beide partijen behoren toe aan de partijen gezamenlijk. De personen die een intellectueel eigendom creëren hebben niettemin recht op prijzen, bonussen en royalty’s in overeenstemming met de beleidslijnen van de instantie waarbij die persoon in dienst is of waardoor hij wordt gesponsord.

b. Tenzij anderszins wordt overeengekomen bij een uitvoerings- of andere regeling, is elke partij gerechtigd binnen haar grondgebied intellectuele eigendom die ontstaat in het kader van de samenwerkingsactiviteiten te exploiteren of daarvoor licenties te verstrekken.

c. De rechten van een partij buiten haar grondgebied worden vastgesteld in onderling overleg waarbij rekening wordt gehouden met de relatieve bijdragen van de partijen en hun deelnemers aan de samenwerkingsactiviteiten, de inzet bij het bewerkstelligen van juridische bescherming en licenties ter zake van de intellectuele eigendom en andere factoren die relevant worden geacht.

d. Onverminderd het bepaalde in de bovenstaande paragrafen III, onder B, 2, onderdelen a en b, voeren de partijen, indien een van de partijen van mening is dat een bepaald project kan leiden of heeft geleid tot het ontstaan van intellectuele eigendom dat niet door de wetten van de andere partij wordt beschermd, onmiddellijk besprekingen om de toekenning van de intellectuele eigendomsrechten vast te stellen. Indien binnen drie maanden na de datum van aanvang van de besprekingen geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de samenwerking in het kader van het betreffende project op verzoek van een van beide partijen beëindigd. De auteurs van intellectuele eigendom zijn evenwel gerechtigd tot prijzen, bonussen en royalty’s zoals voorzien in paragraaf III, onder B, 2, onderdeel a.

e. Elke uitvinding die in het kader van een samenwerkingsactiviteit wordt gedaan, wordt door de partij die de uitvinder(s) in dienst heeft of sponsort onverwijld aan de andere partij bekendgemaakt, tezamen met de nodige documentatie en informatie waarmee de andere partij de eventueel haar toekomende rechten kan vastleggen. Ten behoeve van de bescherming van haar rechten op de uitvinding kan elk van de partijen de andere partij schriftelijk verzoeken de publicatie of openbaarmaking van die documentatie of informatie uit te stellen. Tenzij schriftelijk anderszins wordt overeengekomen, mag het uitstel niet langer duren dan zes maanden, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking door de uitvindende partij aan de andere partij.

IV. Vertrouwelijke bedrijfsinformatie

Indien informatie die tijdig als vertrouwelijke bedrijfsinformatie is aangemerkt, in het kader van dit Verdrag wordt verstrekt of gecreëerd, wordt deze informatie door elke partij en haar deelnemers beschermd in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en hetgeen in de bestuurlijke praktijk gebruikelijk is. Informatie kan als „vertrouwelijke bedrijfsinformatie” worden aangemerkt indien de persoon die de informatie bezit hiermee economisch voordeel kan behalen of een concurrentievoordeel kan verkrijgen ten opzichte van degenen die de informatie ontberen, en de informatie niet algemeen bekend is of uit andere bronnen publiekelijk beschikbaar is, en de eigenaar de informatie niet eerder beschikbaar heeft gesteld zonder de vertrouwelijkheid ervan tijdig verplicht te hebben gesteld.

Regeling
Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking betreffende nationale en civiele veiligheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2016
BWB-id
BWBV0006073
Versie
2016-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl