wetzoeker

Art. 7 Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover

Aan de grensbewoners, wier eigendom gedeeltelijk aan deze, gedeeltelijk aan gene zijde der grenzen gelegen is, zal eene geheel vrije gemeenschap met zoodanige grondstukken, in zoo verre die tot bedrijf van hunnen akkerbouw noodig is, zijn voorbehouden; dienvolgens kunnen de bezitters van zulke gronden, mest, stroo, strooisel en andere bemestingen voor het bebouwen hunner landerijen, als mede alle soorten van veld-, tuin- en boomvruchten, uit- en invoeren, zonder ergens aan eenige regten, hetzij inkomende of uitgaande, transito of andere dergelijke belastingen, onderworpen te kunnen worden.

Zij zullen alleen door certificaten hunner plaatselijke autoriteiten behooren aan te wijzen, dat zij aan gene zijde der grenzen een eigendom bezitten en bebouwen, doch kunnen zich niettemin aan het onderzoek en visitatie der commiesen of andere tot wering des sluikshandels wettig aangestelde ambtenaren, niet onttrekken. Deze zijn daarentegen alleen bevoegd, respectivelijk op derzelver gebied visitatien te doen.

Regeling
Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-09-1981
BWB-id
BWBV0006072
Versie
1981-09-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl