wetzoeker

Art. 14 Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen

Geene der beide Mogendheden zal immer, op gezegde normale breedte van 150 roeden, aan haren kant tegenover den vreemden oever laten uitoefenen of toestaan het visschen van zalm of andere visch hoe ook genaamd, door middel van steken of andere middelen welke in den loop van het water eenige de minste vertraging zouden kunnen veroorzaken, of eenigermate eene ophooping van kiezel, zand of andere voorwerpen bevorderlijk kunnen zijn, die aanwas van grond zouden kunnen te weeg brengen.

Regeling
Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-05-1940
BWB-id
BWBV0006062
Versie
1940-05-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl