wetzoeker

Art. 33 Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen

De landbouwers wier eigendommen gedeeltelijk aan deze en gedeeltelijk aan gene zijde der grenzen gelegen zijn, zullen stalmest, allerhande stroo, strooisel en andere mestsoorten voor het bebouwen hunner landen, kunnen in- en uitvoeren, alsmede alle soorten van ingezamelde oogst, zonder aan eenig regt, hetzij van in-, uit- of doorvoer of ander van dien aard, onderhevig te zijn. Het zal genoegzaam wezen, dat zij door certificaten van het plaatselijk bestuur doen blijken, dat zij eigendommen aan gene zijde der grenzen bezitten en bebouwen, zonder zich echter te mogen onttrekken aan het onderzoek der tolbeambten, of anderen, die wettiglijk belast zijn de gevallen van sluiking na te gaan; wel te verstaan, dat die tolbeambten of agenten geene nasporingen, dan op hun respectief grondgebied zullen mogen doen.

Regeling
Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-05-1940
BWB-id
BWBV0006055
Versie
1940-05-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl