wetzoeker

Bijlage I — Nadere beschrijving van de werken als bedoeld in artikel 1 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden

Nadere beschrijving van de werken als bedoeld in artikel 1

a) De nieuwe zeevaartsluis zal een kolk met tussenhoofd bevatten.

Nuttige lengte volledige sluiskolk .............. | 290 m

Nuttige lengte grote deelkolk .............. | 170 m

Nuttige lengte kleine deelkolk .............. | 113 m

Doorvaartwijdte van kolk en hoofden .............. | 40 m

Buitendrempeldiepte 11,82 m – N.A.P. of (– 9,50) Staf

Tussendrempeldiepte 11,82 m – N.A.P. of (– 9,50) Staf

Binnendrempeldiepte 11,82 m – N.A.P. of (– 9,50) Staf

Waterkerende hoogte buiten-, tussen- en binnenhoofd 6,00 m + N.A.P. of (+ 8,32) Staf

Nabij de binnendrempel zal een verhoging worden gemaakt tot 10,37 m – N.A.P. of (– 8,05) Staf ter vermindering van het zoutbezwaar.

In de sluiskolk zal een drijfraam worden gemaakt.

Het buiten- en binnenhoofd zullen ieder twee achter elkaar geplaatste roldeuren bevatten die elkaars reserve zijn.

In het tussenhoofd komt één roldeur.

Voorts zal in de sluis een deurendok worden gemaakt.

In of nabij de zeesluis wordt een riool gemaakt voor het spuien van zout water uit de verzamelkom genoemd ad d).

De bruggen over het buiten- en binnenhoofd zullen beweegbaar zijn en de volgende afmetingen hebben:

doorvaarthoogte .............. | onbeperkt

doorvaartwijdte .............. | 40 m

breedte van de rijweg .............. | 8 m

breedte der rijwielpaden .............. | 3 m

breedte der voetpaden .............. | 1,50 m

De nieuwe binnenvaartsluis zal een kolk met tussenhoofd bevatten:

Nuttige lengte volledige sluiskolk .............. | 240 m

Nuttige lengte grote deelkolk .............. | 135 m

Nuttige lengte kleine deelkolk .............. | 105 m

Doorvaartwijdte van kolk en hoofden .............. | 24 m

Buitendrempeldiepte 6,50 m – N.A.P. of (– 4,18) Staf

Tussendrempeldiepte 6,50 m – N.A.P. of (– 4,18) Staf

Binnendrempeldiepte 6,50 m – N.A.P of (– 4,18) Staf

Ter vermindering van het zoutbezwaar zal nabij de binnendrempel een verhoging worden gemaakt tot 2,27 m – N.A.P. of (+ 0,05) Staf

Waterkerende hoogte buiten-, tussen- en binnenhoofd 6,00 m + N.A.P. of (+ 8,32) Staf

De bruggen over het buiten-en binnenhoofd zullen beweegbaar zijn en de volgende afmetingen hebben:

doorvaarthoogte | onbeperkt

doorvaartwijdte | 24 m

breedte van de rijweg | 8 m

breedte der rijwielpaden | 3 m

breedte der voetpaden | 1,50 m

De gezamenlijke spuicapaciteit van de vul- en ledigingsinrichtingen van het nieuwe sluiscomplex en het voor het spuien van zout water te maken riool zal tenminste 100 m3/sec (gemiddeld over het getij) bedragen.

b) Onder het opruimen van kunstwerken zal in het algemeen worden verstaan het verwijderen van alle onderdelen van het kunstwerk, uitgezonderd delen welke zich dieper dan 2 m beneden het maaiveld c.q. de kanaalbodem of -belopen bevinden. Overigens zal het opruimen van de kunstwerken van geval tot geval nader worden beschouwd; daarbij zal als leidraad dienen dat in de ondergrond geen holten mogen ontstaan of blijven bestaan en dat geen hinder mag worden veroorzaakt voor later te maken bouwwerken.

c) De buitenvoorhaven voor de nieuwe zeevaartsluis en de Westsluis zal een lengte hebben (gemeten van de lijn over de havenhoofden tot het buitenhoofd van de nieuwe zeevaartsluis) van ongeveer 1500 m en een bodemdiepte van 13,00 m – N.A.P. of (– 10,68) Staf. De havenmond zal een bodemdiepte hebben van 13,00 m – N.A.P. of (– 10,68) Staf en een bodembreedte van ongeveer 250 m; deze maten zijn uitgangspunten voor het modelonderzoek en zullen derhalve in verband met de te verwachten stromingsbeelden, golfbeweging en materiaalverplaatsing nog enige wijziging kunnen ondergaan.

Er zullen wachtplaatsen worden gemaakt met een gezamenlijke lengte van ongeveer 1000 m.

De buitenvoorhaven voor de nieuwe binnenvaartsluis zal een lengte hebben van ongeveer 700 m en een bodemdiepte van 7,50 m – N.A.P, of (– 5,18) Staf. De havenmond zal een bodemdiepte hebben van 7,50 m – N.A.P. of (– 5,18) Staf en een bodembreedte van ongeveer 100 m; ook deze maten zijn slechts uitgangspunten van het modelonderzoek en dus nog aan wijziging onderhevig.

Er zullen wachtplaatsen worden gemaakt met een gezamenlijke lengte van ongeveer 1000 m.

De havendijken van beide buitenvoorhavens zullen een kruinshoogte van 8,00 m + N.A.P, of (+ 10,32) Staf hebben en buitenbelopen van 1 : 4.

d) Het tracé van het kanaal zal worden gemaakt volgens de bij dit Verdrag behorende tekening (Bijlage II).

Behoudens het navolgende zal de bodemdiepte 10,37 m – N.A.P. of (– 8,05) Staf en de bodembreedte 72 m bedragen.

Nabij de nieuwe zeevaartsluis zal een verzamelkom voor zout water worden gemaakt door verdieping van de kanaalbodem tot 13,37 m – N.A.P. of (– 11,05) Staf over een lengte van ongeveer 800 m en een breedte van 50 m tot 270 m.

Voorts zullen hier wachtplaatsen worden ingericht met een gezamenlijke lengte van ongeveer 1000 m.

Nabij de nieuwe binnenvaartsluis zullen eveneens wachtplaatsen worden gemaakt met een gezamenlijke lengte van 1000 m.

e) Het tracé van de nieuwe waterleiding is aangegeven op de tekening. Het dwarsprofiel zal hetzelfde zijn als van de bestaande waterleiding. De nieuwe uitwateringssluis zal een drempeldiepte hebben van 3,75 m – N.A.P. of (– 1,43) Staf en een doorstromingsbreedte van 4,00 m en zal 2 stel wachtdeuren en een schuif bevatten. In de waterleiding zal nabij de uitwateringssluis een bergboezem worden gemaakt van nader vast te stellen afmetingen.

f) De wegverkeersbruggen over het kanaal zullen beweegbaar zijn en de volgende afmetingen hebben:

doorvaartwijdte .............. | 60 m

doorvaarthoogte in gesloten stand 7 m bij een kanaalwaterstand van 2,38 m + N.A.P. of (+ 4,70) Staf

doorvaarthoogte in geopende stand tenminste .............. | 60 m

breedte van de rijweg .............. | 8 m

breedte van de rijwielpaden .............. | 3 m

breedte der voetpaden .............. | 1,50 m

De bestaande wegverbindingen zullen op de bruggen worden aangesloten.

De opritten naar de bruggen zullen een helling hebben van 1 : 50. In de opritten zullen de nodige onderdoorgangen worden gemaakt.

De pont voor de veerdienst te Sluiskil zal geschikt zijn voor langzaam verkeer en een dekoppervlakte hebben van 40 m2. Direct nabij de aanlegplaatsen zullen zich schuilplaatsen voor wachtende passagiers bevinden.

g) Van de Nederlandse Rijksweg nr 61 zal het wegvak Sluiskil–Sas van Gent worden gehandhaafd. De wegvakken Terneuzen–Sluiskil en Sas van Gent-Zelzate (gedeeltelijk behorend tot de Belgische Rijksweg nr 58bis) zullen worden opgebroken voorzover dit voor de verbreding van het kanaal nodig is en opnieuw langs het kanaal worden gelegd.

De nieuw te maken gedeelten van bedoelde Rijkswegen zullen wat tracé, wegindeling, verharding en aansluitingen betreft voldoen aan de in Nederland momenteel gebruikelijke eisen voor moderne tweestrooks wegen.

De as van de wegverharding van de nieuw te maken Rijksweggedeelten zal op tenminste 20 m van het kanaal liggen.

Langs de nieuwe kanaal- en havenoevers zullen bedieningswegen worden aangelegd, voorzover langs deze oevers nog geen weg ligt. De breedte van het grondlichaam van deze bedieningswegen zal 20 m zijn voorzover deze tevens de kruin van de kanaaldijk vormt, en overigens zal deze breedte aan de mogelijkheden en plaatselijke toestanden worden aangepast. De verhardingsbreedte zal 4 m bedragen.

In alle door de uitvoering van de werken verbroken verbindingen van wegen en aansluitingen zal op de meest geëigende wijze opnieuw worden voorzien.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1987
BWB-id
BWBV0006046
Versie
1987-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl