wetzoeker

Artikel. II Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek van Bolivia

1 De naamlooze vennootschappen en andere vereenigingen op het gebied van handel, nijverheid of financiën, met inbegrip van de scheepvaart- en verzekeringmaatschappijen, die haar zetel hebben op het gebied van één der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen, op voorwaarde dat zij er, overeenkomstig de van kracht zijnde wetten, rechtspersoonlijkheid te hebben, worden erkend eveneens rechtspersoonlijkheid te hebben op het gebied van de andere. Zij zullen, mits zij zich gedragen naar de wetten en verordeningen, het recht hebben bij de rechtbanken in rechte op te treden, hetzij voor het instellen van een actie, hetzij om er te verdedigen.

2 De hierbovengenoemde maatschappijen zullen op het gebied van de andere Partij worden toegelaten, mits zij zich onderwerpen aan de wetten en voorschriften, die op het gebied van die Partij van kracht zijn.

3 Genoemde maatschappijen zullen, evenals hare bijkantoren, op het gebied van de andere Partij dezelfde rechten genieten als die, welke worden of later zullen worden toegekend aan soortgelijke maatschappijen van de meestbegunstigde natie; met name zullen zij voor de uitoefening van haar bedrijf op het gebied der andere Partij geen belastingen, rechten, heffingen of bijdragen behoeven te betalen, onder welke benaming of van welken aard ook, hooger dan of verschillend van die, welke worden of zullen kunnen worden geheven van soortgelijke maatschappijen van de meestbegunstigde natie.

Regeling
Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek van Bolivia
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-10-1932
BWB-id
BWBV0006012
Versie
1932-10-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl