wetzoeker

Verdrag van vriendschap tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-08-1925
Rechtsgebied
Internationaal publiekrecht, Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0006010
Versie
1925-08-02_0
SHA-256 bron
393f304a019c87465024eec0709e17cbd8b9d28d21b409cb660ef6b615055780

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Article 1
  2. Article 2
  3. Article 3
  4. Article 4
  5. Artikel 1
  6. Artikel 2
  7. Artikel 3
  8. Artikel 4

Article 1

Il y aura paix inviolable et amitié sincère et perpétuelle entre le Royaume des Pays-Bas et la République Turque.

Article 2

Les Hautes Parties Contractantes sont d'accord pour établir les relations diplomatiques entre les deux Etats conformément aux principes du droit des gens. Elles conviennent que les représentants diplomatiques de chacune d'elles recevront, à charge de réciprocité dans le territoire de l'autre, le traitement consacré par les principes généraux du droit international public général.

Article 3

Les Hautes Parties Contractantes sont d'accord pour régler les relations consulaires et commerciales entre leurs pays respectifs ainsi que les conditions d'établissement et de séjour, dans le territoire de chacune d'elles, des ressortissants de l'autre partie par des conventions qu'elles se réservent de conclure conformément aux règles du droit international public général sur la base d'une parfaite réciprocité.

Article 4

Le présent traité sera ratifié et les ratifications en seront échangées à Constantinople le plus tôt que faire se pourra. Il entrera en vigueur le quinzième jour après l'échange des ratifications.

Artikel 1

Er zal zijn onschendbare vrede en oprechte en voortdurende vriendschap tusschen het Koninkrijk der Nederlanden en de Turksche Republiek.

Artikel 2

Er bestaat overeenstemming tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen om de diplomatieke betrekkingen tusschen de beide Staten te vestigen overeenkomstig de beginselen van bet volkenrecht. Zij komen overeen, dat de diplomatieke vertegenwoordigers van elk harer, onder verplichting van wederkeerigheid, op het gebied van den ander de behandeling zullen ontvangen, vastgelegd door de algemeene beginselen van het algemeen internationaal publiek recht.

Artikel 3

Er bestaat overeenstemming tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen om de consulaire- en handelsbetrekkingen tusschen hare wederzijdsche landen, evenals de voorwaarden van vestiging en verblijf op het gebied van elk harer van onderdanen van de andere partij, te regelen bij verdragen, welke zij zich voorbehouden te sluiten overeenkomstig de regelen van het algemeen internationaal publiek recht op den grondslag eener volkomen wederkeerigheid.

Artikel 4

Het onderhavige verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden zullen te Constantinopel zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld. Het zal in werking treden op den vijftienden dag na de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden.